Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Toekomstvenster T3morgenVooruitblikconcept

Natuur is mensenwerk

Wie beheert het landschap van morgen?

Wie in Nederland door een beschermd gebied wandelt, loopt meestal door een landschap dat boeren hebben gemaakt. Paarse heide, bloemrijke hooilanden en weilanden vol weidevogels zijn ontstaan door eeuwen landbouw. Ze blijven alleen bestaan als iemand ze blijft beheren. Maar wie doet dat straks, nu de landbouw zo sterk verandert? En wie betaalt het?

Welke natuur bedoelen we?

In discussies over landbouw betekent het woord "natuur" heel verschillende dingen. Daardoor praten mensen vaak langs elkaar heen. Het helpt om vier soorten te onderscheiden.

Wildernis is natuur die haar eigen gang gaat, los van wat mensen willen. In Nederland is die er nauwelijks. Een natuurlijk landschap wordt vooral gevormd door wind, water, zand en dieren. Denk aan kwelders en duinen langs de kust, of delen van de Oostvaardersplassen. Halfnatuur is ontstaan door eeuwen landbouw en blijft alleen bestaan met beheer: heide, blauwgrasland, hooiland en weidevogelgebied. Wensnatuur zijn de planten en dieren die we op een plek willen houden of terugkrijgen. Die staan vaak in beleidsdoelen.

Niet iedereen kijkt op dezelfde manier. Sommigen vinden alleen wildernis echte natuur. Veel natuurbeheerders noemen beheerde heide gewoon natuur. Voor anderen telt vooral welke soorten er leven. Deze canon gebruikt daarom liever concrete woorden.

Gemaakt door boeren

De paarse heide op de zandgronden is geen oerbos. Ze ontstond doordat boeren eeuwenlang schapen lieten grazen en plaggen staken voor hun potstal. Zie Plaggen en potstal. Rond 1800 lag er naar schatting zo'n 800.000 hectare heide. Nu is er nog zo'n 40.000 hectare over. De meeste heide werd met kunstmest ontgonnen tot akker, wei of bos.

Blauwgraslanden, bloemrijke hooilanden op natte, schrale grond, ontstonden doordat boeren ze één keer per jaar maaiden en het hooi afvoerden, zonder mest. Ooit waren er vele duizenden hectares. Nu zijn er nog enkele tientallen hectares over. Ook de grutto en andere weidevogels profiteerden van de landbouw: van natte graslanden die pas laat in het voorjaar werden gemaaid. En hakhout en knotwilgen werden steeds teruggezet, omdat boeren het hout nodig hadden.

Niet zonder beheer

Zonder schapen en plaggen groeit heide dicht met gras en bomen. Zonder maaien verruigt een hooiland. Wie het landschap aan zichzelf overlaat, krijgt dus iets anders dan wat er nu ligt. De planten en dieren die we in deze landschappen willen houden, zijn afhankelijk van menselijk werk.

Dat werk is veranderd. Na de oorlog stuurden overheid, onderzoek en voorlichting op een hogere productie, zie Ruilverkaveling en Wageningen en de voorlichting. Boeren gingen eerder en vaker maaien, ontwaterden hun land en bemestten meer. Dat leverde meer op, maar weidevogels en bloemen verdwenen. Volgens vogeltellers daalde het aantal broedparen grutto's van 120.000 à 140.000 in de jaren zestig naar zo'n 25.000 à 30.000 rond 2020.

Van de ongeveer 800.000 hectare heide rond 1800 is nog zo'n 40.000 hectare over. Ook die blijft alleen paars als er iemand maait, plagt of schapen laat grazen.Heide die beheer nodig heeft

Een netwerk van beschermde gebieden

In 1990 kwam het Rijk met het Natuurbeleidsplan. Daarin stond de Ecologische Hoofdstructuur: een netwerk dat bestaande beschermde gebieden moest vergroten en met elkaar verbinden. Er lag toen zo'n 450.000 hectare bos, heide, duin, moeras en ander terrein voor planten en dieren op het land. Daar moest veel nieuw leefgebied bij komen, deels op voormalige landbouwgrond en deels via natuurbeheer door boeren.

Rond 2011 werd die ambitie sterk teruggeschroefd. In 2013 spraken Rijk en provincies in het Natuurpact af om tussen 2011 en 2027 ten minste 80.000 hectare nieuw leefgebied voor planten en dieren in te richten. Het netwerk heet nu Natuurnetwerk Nederland. In 2022 moest nog zo'n 34.000 hectare worden ingericht. Voor boeren in de buurt betekent zo'n nieuw gebied soms dat ze grond verkopen, of dat het water op hun land hoger komt te staan.

Wie beheert straks?

Sinds de De Relatienota van 1975 krijgen boeren een vergoeding voor natuurbeheer op hun land. Sinds 2016 loopt dat agrarisch natuur- en landschapsbeheer via zo'n veertig agrarische collectieven, en niet meer via losse boeren. Eind 2023 viel bijna 117.000 hectare landbouwgrond onder deze regeling. Dat jaar ging er bijna 116 miljoen euro naartoe, voor een groot deel uit Europees landbouwgeld. Daarnaast beheren terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale landschappen veel beschermde gebieden, vaak met hulp van boeren en schaapherders.

Natuurinclusieve landbouw gaat een stap verder: zorg voor planten, dieren, bodem en water als onderdeel van het boerenbedrijf zelf, niet als bijzaak aan de rand.

Wildernis of cultuurlandschap?

Welke soort moet voorrang krijgen? Sommigen willen meer wildernis, waar grote grazers en natuurlijke processen hun gang gaan. In de Oostvaardersplassen leidde dat na de strenge winter van 2017-2018 tot felle discussie, toen ruim drieduizend grote grazers stierven of werden afgeschoten. Anderen willen juist het oude cultuurlandschap behouden, met zijn heide, hooilanden en weidevogels. Ook de Europese afspraken van Natura 2000 beschermen veel van zulke halfnatuurlijke landschappen.

In Engeland koos het landgoed Knepp in Sussex rond 2000 voor een derde weg. Het boerenbedrijf op zware klei draaide verlies. De eigenaren stopten met akkerbouw en lieten koeien, pony's, varkens en herten vrij rondlopen. Nu leeft het landgoed onder meer van subsidie voor natuurbeheer en van een zonnepark. Voorstanders zien er een model in, critici wijzen erop dat zo'n landgoed geen voedsel meer produceert op de schaal van een gewoon boerenbedrijf.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Veel boeren zorgen al voor weidevogels, bloemrijke randen of houtwallen op hun land, en zijn er trots op. Maar natuurbeheer moet passen in een bedrijf dat ook geld moet verdienen. Laat maaien voor weidevogels betekent minder en minder voedzaam gras. Een akkerrand vol bloemen levert geen oogst op. Boeren vragen om een vergoeding die langer zekerheid geeft dan een paar jaar, en om waardering voor wat ze al doen. Sommigen willen ook dat natuurbeheer een vast deel van hun inkomen wordt, en niet afhangt van subsidiepotten die steeds veranderen.

De terreinbeheerder

Natuurorganisaties beheren veel heide, hooiland en weidevogelgebied. Ze huren daarvoor schaapherders in of laten boeren maaien en grazen. Zonder boeren in de buurt wordt dat beheer duurder en lastiger. Een schaapskudde of een maaiploeg kost geld, en gemaaid hooi moet ergens heen. Tegelijk willen sommige beheerders op andere plekken meer ruimte voor wildernis. Binnen de natuurbescherming is daarover dus ook geen eensgezindheid.

De overheid

De overheid betaalt het grootste deel van het beheer en moet Europese doelen voor planten en dieren halen. Ze zoekt naar regelingen die meer opleveren voor het geld: betalen voor resultaat, zoals jonge grutto's die vliegvlug worden, in plaats van voor maatregelen. Provincies voeren het natuurbeleid uit en maken elk eigen keuzes. Daardoor verschilt het per provincie hoeveel geld er is en welke landschappen en soorten voorrang krijgen.

De burger

Veel mensen genieten van paarse heide, bloemrijke bermen en weidevogels. Weinigen weten dat dit landschap mensenwerk is. Ook wie zelf geen boer is, kan meedoen: als vrijwilliger bij het zoeken naar weidevogelnesten, bij het knotten van wilgen of bij het onderhoud van een heideveld. Wie heide, bloemen en weidevogels wil, zal moeten kiezen wat er waar komt, en bereid moeten zijn mee te betalen aan het beheer, via belasting of via de prijs van voedsel.

Trivia
Om over te praten

Wat wil jij in Nederland zien: wildernis die haar eigen gang gaat, of het halfnatuurlijke landschap dat boeren eeuwenlang hebben gemaakt? En wie moet daarvoor zorgen?

Bronnen