Droogmakerijen
In 1612 viel de bodem van het Beemstermeer droog. Amsterdamse kooplieden hadden het geld gegeven, molenmaker Jan Adriaanszoon Leeghwater bouwde de molens. Waar eerst water was, lag nu een polder van ruim 7.000 hectare vruchtbare klei. Het was het begin van een golf van droogmakerijen in Noord-Holland.
- De kaart van de Beemster met het strakke raster van kavels.
- De munten: het geld van Amsterdamse kooplieden.
- De passer en de ganzenveer: landmeten en plannen.
- De rij windmolens langs de dijk, die het water in trappen wegmalen.
- Het koopmanshuis: de stad als eigenaar van het nieuwe land.
Meren die vraten
Noord-Holland lag rond 1600 vol meren. Ze waren deels ontstaan door het afgraven van veen en het afslaan van oevers. Bij storm vraten ze land weg en bedreigden ze dorpen. Tegelijk zagen kooplieden er een kans in: onder het water lag vruchtbare grond.
Geld uit de stad
De Republiek was rijk geworden door handel. Kooplieden zochten nieuwe plekken om hun geld te beleggen. Een groep Amsterdamse investeerders, onder wie Dirck van Os, een van de oprichters van de VOC, kreeg in 1607 toestemming om de Beemster droog te malen. Wie geld inbracht, kreeg straks grond in de nieuwe polder.
Het werk was riskant. In 1610 brak bij een storm de dijk door, en het half drooggemalen meer liep weer vol. De investeerders zetten door. Op 19 mei 1612 was de Beemster droog.
Molens in een rij
De technische motor was de windmolen. Jan Adriaanszoon kreeg de bijnaam Leeghwater. Hij plaatste tientallen molens langs de ringdijk, in het eindstadium ruim veertig. Omdat één molen het water niet hoog genoeg kon opvoeren, werkten ze in trappen: de ene molen maalde het water naar de volgende, tot het in de ringvaart stroomde.
De nieuwe polder kreeg een strak, rechthoekig patroon van wegen, sloten en kavels. Dat raster was ontworpen naar de idealen van de tijd: orde, maat en regelmaat. Het is nog steeds te zien en staat sinds 1999 op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
Een golf van droogmakerijen
Het succes van de Beemster leidde tot meer projecten. In de decennia erna volgden onder meer de Purmer, de Wormer, de Heerhugowaard en de Schermer. Leeghwater droomde zelfs van het droogmalen van het Haarlemmermeer, maar dat lukte pas twee eeuwen later met stoom.
Op de nieuwe grond verbouwden pachters eerst vooral graan en koolzaad. Later werd veeteelt belangrijker. Rijke Amsterdammers bouwden er buitenplaatsen met tuinen. Land was voor hen een belegging en een statussymbool tegelijk.
- Het idee dat je land kunt maken met techniek en kapitaal werd een Nederlands handelsmerk. Zie Haarlemmermeer: droog met stoom en De Zuiderzeewet.
- Droogmakerijen liggen diep en moeten voortdurend worden bemalen. Het waterbeheer kost tot vandaag geld en energie. Zie Waterschappen.
- Het planmatige ontwerp van de Beemster is een vroeg voorbeeld van ruimtelijke ordening in Nederland.
- De verwevenheid van stedelijk kapitaal en landbouwgrond speelt nog steeds, bijvoorbeeld in discussies over grondprijzen en wie grond bezit.
Vier perspectieven
De belegger
Voor de Amsterdamse koopman was de Beemster een investering. Hij nam een groot risico, zoals de dijkdoorbraak van 1610 liet zien. Als het lukte, bracht de grond pacht en aanzien op.
De pachter
Op de nieuwe grond werkten vaak pachters, niet de eigenaars. Zij hadden vruchtbare klei, maar betaalden pacht aan een eigenaar in de stad. De winst van het land kwam deels buiten de polder terecht.
Het water
Waar eerst een meer was met vis en watervogels, kwam akker en wei. Het water verdween niet: het moest steeds weer worden weggemalen. Een droogmakerij blijft afhankelijk van pompen.
De overheid
De Staten en het Hof van Holland gaven toestemming en regelden de rechten. Het werk zelf werd betaald en geleid door particulieren. Overheid en ondernemers maakten samen land.
De Beemster werd drooggemaakt omdat stedelijke beleggers er rendement in zagen. Wie zou nu moeten bepalen hoe we landbouwgrond gebruiken: de markt, de overheid of de boer?
- G.P. van de Ven (red.), Leefbaar laagland. Geschiedenis van de waterbeheersing en landaanwinning in Nederland (1993).
- H. Renes, 'Op het water herwonnen. Het droogmakerijenlandschap van de Beemster', Tijdschrift voor Historische Geografie (1998).
- UNESCO, werelderfgoedlijst: Droogmakerij De Beemster (1999).
- J. de Vries en A. van der Woude, Nederland 1500–1815. De eerste ronde van moderne economische groei (1995).