Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Toekomstvenster T5morgenVooruitblikconcept

Van controle naar veerkracht

Sturen of laten groeien?

Een eeuw lang werd de landbouw beter door steeds meer te beheersen: kunstmest voor de voeding, middelen tegen plagen en ziekten, drainage voor het water, normen voor alles. Nu zoeken boeren, onderzoekers en beleidsmakers een andere weg: een landbouw die steunt op de veerkracht van bodem, planten, dieren en natuur. Is dat het antwoord op wat sommigen de tweede landbouwcrisis noemen?

Een systeem van controle

Na de De landbouwcrisis van de negentiende eeuw vond de landbouw zijn kracht in kennis en beheersing. Kunstmest en de heide-ontginning maakte de boer onafhankelijk van zijn eigen mest. Chemische gewasbescherming hield plagen en onkruid in toom. Drainage en ontwatering regelden het water. Later kwamen de regels die op dezelfde manier werkten: normen voor mest, lijsten met toegelaten middelen, grenswaarden per hectare.

Dat systeem bracht enorme opbrengsten. Maar het leunt op steeds meer inzet van buiten, en het begint te knellen. Bodems verliezen organische stof, plagen worden resistent, insecten en weidevogels verdwijnen, en de samenleving accepteert het gebruik van middelen steeds minder.

Werken met de natuur

Daartegenover groeit een andere benadering, met namen als regeneratieve, natuurinclusieve en kringlooplandbouw. Het idee: zorg voor een gezonde bodem vol leven, en laat de natuur een deel van het werk doen. Dat kan met vruchtwisseling, groenbemesters, minder grondbewerking, bloeiende akkerranden en houtwallen voor natuurlijke vijanden van plagen, en gewassen in smalle stroken naast elkaar.

Helemaal nieuw is het niet. Het oude gemengde bedrijf, met Plaggen en potstal, werkte ook met kringlopen. En in de Nederlandse kassen bestrijden sluipwespen en roofmijten al tientallen jaren plagen.

In Nederlandse kassen doen sluipwespen, roofmijten en hommels al decennia het werk van gif en penseel. Veerkracht en hightech kunnen heel goed samengaan.Natuurlijke vijanden in de kas

Wat het vraagt

Veerkracht is minder voorspelbaar dan controle. De overgang kost tijd, kennis en soms opbrengst. Wie een paar jaar minder oogst, moet dat kunnen betalen, terwijl grond duur is en de wereldmarkt weinig ruimte laat. Ook regels passen vaak niet: ze schrijven voor hoe iets moet, niet wat het moet opleveren. Daarom wordt gezocht naar sturing op doelen, zoals bodemkwaliteit, biodiversiteit en uitstoot.

Een modewoord?

Er is ook twijfel. 'Regeneratief' heeft geen vaste definitie, en grote bedrijven gebruiken het graag in hun reclame. Critici vragen of de opbrengsten hoog genoeg blijven om de wereld te voeden. Voorstanders antwoorden dat een landbouw die zijn eigen basis uitput, op termijn helemaal niets meer oplevert.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Veel boeren zien de waarde van een gezonde bodem, en sommigen zijn al ver op weg. Maar omschakelen is een risico, en de bank, de grondprijs en de afnemer vragen om zekerheid. Wie betaalt de overgang?

De natuur

Voor bodemleven, insecten en vogels kan deze omslag een groot verschil maken. Ecologen benadrukken wel dat het om echte veranderingen moet gaan, niet om een paar bloemenranden langs een verder ongewijzigde akker.

De overheid

De overheid heeft het landbouwbeleid lang ingericht op controle en normen. Sturen op doelen klinkt aantrekkelijk, maar vraagt om goede metingen, vertrouwen en ruimte voor boeren om zelf de weg te kiezen.

De keten en de consument

Zuivelbedrijven, supermarkten en voedingsbedrijven zetten regeneratieve landbouw steeds vaker in hun plannen. De vraag is of ze er ook voor willen betalen, en of consumenten de producten kopen als die duurder zijn.

Om over te praten

Durven we in de landbouw controle los te laten? En wie draagt het risico als de natuur het werk minder voorspelbaar doet?

Bronnen