Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 61255Ontginning en stadconcept

Waterschappen

Samen tegen het water

Wie in het lage land woonde, had last van hetzelfde water als zijn buren. Daarom gingen boeren al vroeg samenwerken om dijken, sloten en sluizen te onderhouden. In 1255 bevestigde graaf Willem II van Holland de regels van het waterschap Rijnland. Waterschappen behoren daarmee tot de oudste bestuursorganen van Nederland, en ze bestaan nog altijd.

Het water trekt zich niets aan van grenzen

Na de grote veenontginningen zakte het land, en werd het water een steeds groter probleem. Eén boer kon zijn land niet alleen droog houden. Als zijn buurman zijn sloot of dijk verwaarloosde, liep ook zijn eigen land onder.

Daarom maakten boeren afspraken in hun dorp of polder. Ze verdeelden het werk aan dijken en watergangen. Wie zijn deel niet deed, kreeg een boete. Uit zulke lokale afspraken groeiden grotere verbanden.

Rijnland, 1255

In 1255 kreeg het gebied rond de Oude Rijn van graaf Willem II van Holland een handvest. Daarin stonden regels over het beheer van het water, onder meer over de afwatering en de sluizen bij Spaarndam. Rijnland wordt vaak gezien als het oudste waterschap van Nederland. Kort daarna kregen ook Schieland en Delfland hun eigen regels.

Aan het hoofd stonden een dijkgraaf en heemraden. Ze controleerden of iedereen zijn sloten en dijken goed onderhield, en spraken recht als het misging. Die controle heette de schouw.

Het waterschap Rijnland is ouder dan de Nederlandse staat, ouder dan de provincies en ouder dan veel steden.Een van de oudste vormen van bestuur in Nederland

Wie land heeft, betaalt en beslist

Het principe was eenvoudig: wie belang heeft bij droge voeten, betaalt mee en praat mee. De eigenaren van het land, de ingelanden, betaalden naar de omvang van hun grond. De rijksten hadden vaak de meeste invloed.

Waterschappen waren daarmee een vorm van bestuur van onderop, naast graaf, kerk en stad. Ze moesten wel samenwerken met de landsheer, die het laatste woord hield. Spanningen tussen het belang van de boeren, de steden en de landsheer bleven er altijd.

Van boerenzaak naar bestuur voor iedereen

Eeuwenlang waren waterschappen vooral een zaak van grondeigenaren. Met de groei van steden en industrie veranderde dat. Nu betalen ook inwoners en bedrijven, en kiezen alle volwassenen het bestuur bij de waterschapsverkiezingen.

Boeren, natuurbeheerders en bedrijven hebben daarnaast een aantal vaste, zogeheten geborgde zetels. Daarover is discussie. De een vindt dat wie veel grond beheert, een eigen stem verdient. De ander vindt dat iedere stem gelijk moet zijn.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Voor de boer was het waterschap een kwestie van overleven. Hij betaalde mee en deed zijn deel van het werk, maar kreeg er ook zeggenschap voor terug. Nu ervaren sommige boeren dat hun stem in het waterschap kleiner wordt.

Het water

Water stroomt naar het laagste punt, wat mensen ook afspreken. Hoe lager het land zakte, hoe meer werk het kostte om het droog te houden. Het waterschap moest steeds meer pompen, malen en ophogen.

De landsheer

Voor de graaf van Holland waren goed georganiseerde waterschappen nuttig. Ze hielden het land bewoonbaar en belastbaar. Door handvesten te geven, hield hij zelf ook greep op hun werk.

De bewoner van nu

Iedereen in Nederland betaalt waterschapsbelasting, ook wie geen land heeft. Veel mensen weten niet goed wat het waterschap doet. Toch hangt hun veiligheid en hun drinkwater er mede van af.

Om over te praten

Waterschappen begonnen als samenwerking van boeren met een gedeeld belang. Wie moet nu beslissen over het water: de boeren, de bewoners of iedereen samen?

Bronnen