De Zuiderzeewet
Op 14 juni 1918 nam het parlement de Zuiderzeewet aan. De Zuiderzee zou worden afgesloten met een dijk, en een deel ervan zou worden drooggelegd. Het was het grootste waterbouwproject in de Nederlandse geschiedenis. Het doel was veiligheid tegen overstromingen, en nieuw land voor de landbouw.
- De kaart van de Zuiderzee: een zee op papier herverdeeld.
- De rode lijn van de afsluitdijk.
- De getekende polders: nieuw land, nog voordat het bestaat.
- Passer en liniaal: de ingenieur als ontwerper van het land.
- Het visnet: het bestaan dat verloren ging.
Een oud plan
De Zuiderzee was een binnenzee, die bij storm grote schade kon aanrichten. Plannen om haar af te sluiten waren er al in de zeventiende eeuw, maar de techniek ontbrak. Na de droogmaking van de Haarlemmermeer: droog met stoom groeide het vertrouwen dat het kon.
Ingenieur Cornelis Lely werkte rond 1891 een plan uit: een afsluitdijk van Noord-Holland naar Friesland, en een aantal polders in het afgesloten meer. Lely werd later meermaals minister. Lang bleef zijn plan op de plank liggen, omdat het duur was en velen het niet nodig vonden.
Storm en honger
Twee gebeurtenissen gaven de doorslag. In januari 1916 brak een zware storm de dijken op verschillende plaatsen rond de Zuiderzee. Er vielen doden en grote stukken land liepen onder. Tegelijk woedde de Eerste Wereldoorlog. Nederland was neutraal, maar de invoer van voedsel en veevoer liep vast. Er waren tekorten.
Veiligheid en voedsel kwamen zo samen. In 1918 nam het parlement de wet aan. Lely was toen weer minister en zag zijn plan alsnog werkelijkheid worden.
Dijk en polders
Eerst kwam een proefpolder, en daarna de Wieringermeer, die in 1930 droogviel. In 1932 werd de Afsluitdijk gesloten. De Zuiderzee werd het IJsselmeer, een zoetwatermeer. Daarna volgden de Noordoostpolder in 1942 en Oostelijk en Zuidelijk Flevoland in 1957 en 1968. De Markerwaard is er nooit gekomen.
De nieuwe polders werden van bovenaf ingericht. De overheid ontwierp dorpen, wegen, boerderijen en kavels. Boeren moesten solliciteren om er een bedrijf te mogen pachten. Ze werden streng geselecteerd op vakkennis, gezondheid, geld en soms ook op geloof, zodat er een evenwichtige gemeenschap zou ontstaan.
Wie verloor
Voor de vissers was de afsluiting een klap. De zoute Zuiderzee had veel ansjovis en haring. In het zoete IJsselmeer verdwenen die vissoorten. In plaatsen als Urk, Volendam en Spakenburg moesten vissers een ander bestaan zoeken of verder op zee gaan vissen.
Ook de bestemming van het nieuwe land veranderde. In Flevoland kwamen naast boerderijen ook steden, zoals Lelystad en Almere, en natuurgebieden zoals de Oostvaardersplassen. Wat begon als landbouwplan, werd een plan voor wonen, recreatie en natuur.
- De Zuiderzeewerken leverden ongeveer 165.000 hectare nieuw land op. De polders behoren tot de meest productieve landbouwgronden van het land.
- De polders werden een proeftuin voor moderne, grootschalige landbouw. Dat model werkte door in de Ruilverkaveling en in het denken van Sicco Mansholt, zelf boer in de Wieringermeer. Zie Mansholt en het Europese landbouwbeleid.
- Het IJsselmeer is een grote voorraad zoet water voor landbouw en drinkwater. Bij droogte wordt die voorraad steeds belangrijker. Zie Water en bodem sturend.
- De Wieringermeer werd in april 1945 door de Duitse bezetter onder water gezet, kort na de De Hongerwinter. Ze werd daarna opnieuw drooggelegd.
Vier perspectieven
De ingenieur
Voor ingenieurs was de Zuiderzeewet de kroon op eeuwen van waterbouw. Ze ontwierpen niet alleen een dijk, maar een heel nieuw landschap. Het werk gaf Nederland wereldwijd naam als waterbouwland.
De visser
Voor vissers betekende de afsluiting het einde van een eeuwenoud bestaan. Ze werden beperkt gecompenseerd. Velen voelden dat hun belangen ondergeschikt werden gemaakt aan die van de landbouw.
De nieuwe boer
Wie werd uitgekozen voor een bedrijf in de polder, kreeg een kans op modern land met goede grond. Maar de pachters waren gebonden aan strenge regels van de overheid. Vrijheid en zekerheid gingen niet altijd samen.
De overheid
Voor de staat was het project een manier om veiligheid, voedsel en werk te regelen. Nooit eerder had de overheid zo ver ingegrepen in de inrichting van het land. Dat werd een voorbeeld voor latere plannen.
In de Zuiderzeepolders bepaalde de overheid wie er mocht boeren en hoe. Hoeveel invloed moet de overheid nu hebben op het gebruik van landbouwgrond?
- Zuiderzeemuseum (Enkhuizen), informatie over de Zuiderzee en de afsluiting.
- Nieuw Land Erfgoedcentrum (Lelystad), informatie over de Zuiderzeewerken en de polders.
- Rijkswaterstaat, informatie over de Afsluitdijk en de Zuiderzeewerken.
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture 1500–2000 (2010).