Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 37ca. 2013 – 2018Een tweede landbouwcrisis?concept

Gewasbescherming onder vuur

Bijen, buren en een betrouwbare oogst

Rond 2013 kwam de chemische gewasbescherming onder vuur. Bijensterfte, glyfosaat, resten in sloten en drinkwaterbronnen, en zorgen van omwonenden maakten van spuiten een maatschappelijk debat. Voor boeren zijn middelen een verzekering voor een betrouwbare oogst. Voor critici zijn ze een risico voor insecten, waterleven en gezondheid. Steeds meer middelen verdwenen van de markt, en de vraag werd: hoe teel je met minder?

Een verzekering voor de oogst

Aardappelen, uien, bloembollen en fruit worden belaagd door schimmels, insecten en onkruid. Eén natte zomer met phytophthora, dezelfde ziekte die in de jaren 1840 honger bracht, kan een hele aardappeloogst kosten. Zie Aardappelziekte en honger. In de gangbare teelt spuiten boeren daar nog altijd gemiddeld twaalf tot vijftien keer per seizoen tegen.

Sinds de jaren vijftig hielpen chemische middelen boeren om zulke risico's te beheersen. De voorlichting adviseerde ze, en de overheid liet ze toe. Spuiten volgens schema hoorde lange tijd gewoon bij goed boeren.

Toelating en eerste grenzen

Al eind jaren vijftig groeide het besef dat middelen ook schade konden doen aan mens en milieu. In 1962 kwam de Bestrijdingsmiddelenwet: een middel mocht pas op de markt na toelating. Daaruit groeide het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Dat beoordeelt of een middel veilig genoeg is voor mens, dier en milieu. De werkzame stoffen zelf worden sinds de jaren negentig in Europees verband goedgekeurd.

In 1991 begon het Meerjarenplan Gewasbescherming. Het doel was om het gebruik en vooral de uitstoot naar lucht, bodem en water tussen 1990 en 2000 sterk te verminderen. De uitstoot daalde fors, onder meer doordat het ontsmetten van de grond aan banden werd gelegd. Of het gebruiksdoel helemaal werd gehaald, lezen evaluaties verschillend. In Nederland wordt nu zo'n 8 tot 9 miljoen kilo werkzame stof per jaar verkocht.

De bijen

Vanaf eind jaren 2000 maakten imkers zich zorgen over hoge wintersterfte onder honingbijen. Onderzoekers wezen op de varroamijt, maar ook op neonicotinoïden: insecticiden die door de hele plant trekken, ook naar stuifmeel en nectar. In 2013 beperkte de Europese Unie het gebruik van drie van deze stoffen. In 2018 volgde een verbod op al het gebruik buiten kassen. Hoe groot hun aandeel in de bijensterfte was, blijft onder onderzoekers omstreden.

De zorg ging al snel verder dan de honingbij. In 2017 publiceerden onderzoekers van de Radboud Universiteit en entomologen uit het Duitse Krefeld metingen uit 63 beschermde gebieden. De massa vliegende insecten was daar in 27 jaar met meer dan driekwart gedaald. De oorzaak konden ze niet precies aanwijzen: landbouw, middelen, klimaat en de staat van die gebieden zelf werden genoemd.

Voor de boer is een middel een verzekering. Voor de imker, de waterbeheerder en de buurman is het een risico. Het debat gaat over wie welk risico draagt.Twee kanten van de spuit

Glyfosaat

Glyfosaat is de meest gebruikte onkruidbestrijder ter wereld. Het Amerikaanse bedrijf Monsanto bracht de stof in 1974 op de markt als Roundup. In 2015 noemde een onderzoeksbureau van de Wereldgezondheidsorganisatie de stof 'waarschijnlijk kankerverwekkend'. Europese voedsel- en chemische agentschappen kwamen tot een ander oordeel. Na felle debatten verlengde de EU de goedkeuring in 2017 met vijf jaar, en in 2023 met tien jaar, met extra voorwaarden.

Glyfosaat werd het symbool van het hele debat. Dat komt ook doordat het effect zo zichtbaar is: een doodgespoten perceel kleurt bruin. Boeren noemen het soms een 'noodzakelijk kwaad'. Ploegen, schoffelen of branden kost meer brandstof en tijd, en kan de bodemstructuur verstoren of de grond kaal laten, met kans op erosie. Vooral bij kweekgras en bij niet-kerende grondbewerking, waarbij boeren de grond niet ploegen om het bodemleven te sparen, zijn er weinig goede alternatieven. Volgens Wageningen is glyfosaat in veel teelten niet nodig, maar werken alternatieven niet overal even goed. Critici vinden dat er meer vakmanschap en onderzoek naar alternatieven nodig is.

In Nederland mogen professionals sinds maart 2016 buiten de landbouw geen middelen meer gebruiken op verhardingen, zoals stoepen en pleinen. Een verbod voor particulieren bleek juridisch niet mogelijk. Hun gebruik daalde wel sterk.

Water en buren

Waterbeheerders meten in veel sloten en beken middelen boven de norm. Drinkwaterbedrijven vinden ze bij bijna al hun innamepunten van oppervlaktewater, en moeten extra zuiveren.

Niet alles komt van het land. Vlooien- en tekenmiddelen voor honden en katten, zoals fipronil en imidacloprid, komen via het wassen van dieren, manden en handen in het riool. Rioolwaterzuiveringen halen daarvan maar ongeveer een derde weg. Zwemmende honden spoelen ze direct in het water. Al een klein deel van het verbruik kan genoeg zijn om de norm te overschrijden (RIVM, Deltares en CLM, 2021). Omdat dezelfde stoffen ook in biociden, geneesmiddelen of (vroeger) landbouwmiddelen zitten, is niet altijd te zeggen waar een meting vandaan komt.

Omwonenden van bollen- en fruitvelden vroegen zich af wat ze inademden. De Gezondheidsraad adviseerde in 2020 de blootstelling uit voorzorg zo laag mogelijk te houden. Buitenlands onderzoek wijst op een mogelijk verband met de ziekte van Parkinson. Het RIVM concludeerde in 2021 dat zo'n verband mogelijk is, en dat de huidige toelatingstoetsen dat onvoldoende kunnen uitsluiten.

Minder middelen, en dan?

In 2019 presenteerde het kabinet de Toekomstvisie gewasbescherming 2030: weerbare planten en teeltsystemen, waarin middelen zo veel mogelijk overbodig worden. In 2030 mag er vrijwel geen uitstoot naar het milieu meer zijn. Ondertussen verdwijnen er middelen, terwijl alternatieven traag komen. Boeren vrezen resistentie, mislukte oogsten en een achterstand op collega's in het buitenland.

Veredelaars werken aan aardappelrassen die zelf bestand zijn tegen phytophthora. Daarmee kan het aantal bespuitingen ongeveer halveren. Maar de ziekte past zich aan: rassen met één resistentiegen worden snel doorbroken. In 2023 en 2024 waren er zware uitbraken met nieuwe varianten.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Boeren zien middelen als noodzakelijk voor een betrouwbare oogst en een eerlijke prijs. Ze gebruiken alleen wat is toegelaten, en de toelating is streng. Veel boeren werken al met driftarme doppen, waarschuwingssystemen voor ziekte en resistente rassen. Als middelen verdwijnen zonder goed alternatief, voelt dat als een speelveld dat oneerlijk wordt ten opzichte van het buitenland. Eén mislukte oogst kan een bedrijf in de problemen brengen.

Insecten en akkervogels

Ecologen wijzen erop dat insecten en akkervogels sterk zijn achteruitgegaan, en dat middelen daarin een rol spelen naast andere oorzaken, zoals het verdwijnen van akkerranden, bloemrijke graslanden en ruigtes. Ook in sloten en beschermde gebieden worden resten gevonden. Voor hen is minder spuiten een voorwaarde voor herstel. Velen zien kansen in samenwerking, zoals bloeiende randen die ook natuurlijke vijanden van plagen huisvesten.

De omwonende

Wie naast een bollenveld of boomgaard woont, ziet de spuit voorbijkomen en vraagt zich af wat dat betekent voor de kinderen. Onderzoek geeft nog geen eenduidig antwoord. Die onzekerheid zelf is voor veel omwonenden een bron van zorg. Sommigen vragen om spuitvrije zones of om vooraf te horen wanneer er gespoten wordt.

De overheid

De overheid moet voedselproductie, gezondheid en het leven in sloten en akkerranden tegelijk beschermen. Ze leunt op Europese regels en op het oordeel van het Ctgb, maar wordt ook gevraagd om voorzorg. Ondertussen wil ze boeren een weg bieden naar teelt met minder middelen, zonder dat de oogst in gevaar komt. Ze financiert daarom onderzoek naar weerbare rassen en groene middelen, en wil die sneller laten toelaten.

Trivia
Om over te praten

Wanneer is een middel veilig genoeg: als er geen bewijs is van schade, of pas als er bewijs is dat het onschadelijk is?

Bronnen