Mansholt en het Europese landbouwbeleid
Sicco Mansholt groeide op op het Groningse platteland en zag daar hoe veel boeren en landarbeiders achterbleven. Hij wilde dat zij konden meekomen in de vaart der volkeren. Als eerste Europees Commissaris voor Landbouw bouwde hij het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, met gegarandeerde prijzen en één gezamenlijke markt. Het werkte, en misschien wel te goed.
- Zes sterren: de zes landen van de Europese Economische Gemeenschap.
- Een grote boerderij in de Wieringermeer, waar Mansholt boer was.
- De trekker: machines en modernisering.
- De boterberg en de melkplas: de overschotten van de prijsgarantie.
- Grote, rechte kavels: schaalvergroting.
Van Groningen naar de Wieringermeer
Sicco Mansholt (1908–1995) groeide op op een boerderij in Noord-Groningen, in een sociaaldemocratisch gezin. Hij zag er van dichtbij hoe kleine boeren en landarbeiders in armoede leefden, terwijl de wereld om hen heen moderniseerde. Na een paar jaar als theeplanter op Java pachtte hij vanaf 1936 een akkerbouwbedrijf in de Wieringermeer, de polder die in 1930 was drooggevallen. In de oorlog zat hij in het verzet en hielp hij bij de illegale voedselvoorziening.
Na de bevrijding werd hij minister van Landbouw. Hij was toen 36 jaar. Zijn drijfveer was dat boeren een fatsoenlijk bestaan zouden hebben in een moderne economie. Hij zette in op modernisering: grotere bedrijven, machines, ruilverkaveling en betere prijzen voor boeren.
Eén markt voor zes landen
In 1958 werd Mansholt de eerste Europees Commissaris voor Landbouw van de nieuwe Europese Economische Gemeenschap, die uit zes landen bestond. Op een conferentie in het Italiaanse Stresa werden dat jaar de grote lijnen gelegd van een Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). In 1962 ging het van start.
Het rustte op drie principes: één markt zonder binnengrenzen, voorrang voor Europese producten, en samen betalen. De landbouw werd zo een van de eerste gebieden waarop Europa echt één beleid voerde.
Prijszekerheid
De kern was prijszekerheid. Boeren kregen een gegarandeerde minimumprijs, en wat de markt niet afnam, kocht de Gemeenschap op. Productie en inkomens stegen, boeren investeerden in machines en kunstmest, en honger verdween uit West-Europa.
Boterbergen en melkplassen
Maar wie alles opkoopt, krijgt overschotten. In de jaren zeventig en tachtig ontstonden de beruchte boterbergen en melkplassen. Ze werden duur opgeslagen of met subsidie geëxporteerd. Het GLB slokte een groot deel van de Europese begroting op.
Mansholt zag zelf dat het zo niet kon blijven. Zijn plan uit 1968 ging ervan uit dat miljoenen kleine boeren zouden moeten stoppen en dat de overige bedrijven veel groter moesten worden. Dat leidde tot massale boerenprotesten in Brussel. Later werd hij een van de eerste politici die waarschuwden voor de grenzen aan de groei.
- Het GLB is nog altijd een van de grootste posten op de Europese begroting. Voor 2021–2027 gaat het om ongeveer een derde van het budget, circa 387 miljard euro.
- Sinds de hervormingen vanaf 1992 zijn de prijsgaranties grotendeels vervangen door inkomenssteun per hectare. Daar zijn steeds meer voorwaarden voor milieu, klimaat en natuur aan verbonden.
- De overschotten leidden direct tot het Het melkquotum in 1984.
- De open Europese markt hielp Nederland uit te groeien tot een van de grootste landbouwexporteurs ter wereld.
- Mansholt zelf werd later kritisch op de groei die hij had aangejaagd. Zie De Mansholtbrief en de grenzen aan de groei, en ook De Hongerwinter en De trekker en de boerenexodus.
Vier perspectieven
De boer
Prijszekerheid gaf boeren de ruimte om te investeren en te moderniseren. Tegelijk voelden veel kleine boeren zich weggezet toen schaalvergroting het doel werd. 'Groeien of wijken' werd een gevleugelde uitdrukking.
De overheid
Na de oorlog, met de Hongerwinter nog vers in het geheugen, gold voedselzekerheid als een nationaal belang, net als defensie. De samenwerking in de landbouw was ook een politiek project: het verbond Frankrijk en Duitsland, kort na de oorlog, in een gezamenlijke markt.
De natuur
De nadruk op productie stimuleerde kunstmest, bestrijdingsmiddelen, ontwatering en grotere percelen. Critici wijzen op het verlies aan landschap en biodiversiteit. Recentere versies van het GLB proberen dat bij te sturen. Of dat genoeg is, is onderwerp van debat.
De burger
Voedsel werd betaalbaar en was altijd verkrijgbaar. Maar als belastingbetaler betaalde de burger mee aan de steun en de overschotten. En boeren in andere werelddelen kregen te maken met concurrentie van gesubsidieerde Europese export.
Het GLB zorgde dat Europa genoeg voedsel kreeg. Moet de overheid nog steeds mee bepalen wat boeren verdienen?
- J. van Merriënboer, Mansholt. Een biografie (2006).
- A.-C.L. Knudsen, Farmers on Welfare. The Making of Europe's Common Agricultural Policy (2009).
- Europese Commissie, The common agricultural policy at a glance.
- Europese Commissie, Meerjarig Financieel Kader 2021–2027.