Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 40nuEen tweede landbouwcrisis?concept

Open venster: wat nu?

Een tafel met lege stoelen

Dit venster vertelt geen gebeurtenis, maar stelt een vraag. Alle lijnen van de Landbouwcanon komen hier samen: water, markt, overheid, bodem, dier en kennis. Nederland is een van de grootste landbouwexporteurs ter wereld, maar staat voor grote keuzes over natuur, klimaat, ruimte en het inkomen van boeren. Hoe die keuzes uitpakken, is nog open.

Waar verdient de boer zijn geld mee?

Sinds de De landbouwcrisis van de negentiende eeuw en het Europese beleid van Mansholt en het Europese landbouwbeleid luidt het antwoord vaak: groter worden en goedkoper produceren. Veel boeren werken met kleine marges en hoge schulden. Sommigen zien de toekomst in nog efficiëntere productie voor de wereldmarkt. Anderen kiezen voor minder dieren, hogere prijzen, verkoop aan huis of betaling voor natuur- en landschapsbeheer. Wie die betaling dan levert, de consument, de supermarkt of de overheid, is een open vraag.

Hoeveel ruimte is er?

Nederland is klein en vol. Boeren delen het land met woningbouw, natuur, wegen, energieparken en waterberging. Na de De PAS-uitspraak werd duidelijk dat niet alles overal kan. Met Water en bodem sturend kwam daar de vraag bij welke grond nog geschikt is voor welke landbouw. Sommigen pleiten voor minder vee, anderen voor technische oplossingen zoals emissiearme stallen, en weer anderen voor een andere verdeling van de ruimte.

Elke generatie dacht dat de landbouw op een kruispunt stond. Deze keer gaat het niet om één vraag, maar om alle lijnen tegelijk.Een open venster

Wat betekent duurzaam?

Er zijn botsende visies op wat goede landbouw is. Voorstanders van kringlooplandbouw willen dat mest, voer en gewassen zoveel mogelijk in de buurt rondgaan, zoals vroeger met Plaggen en potstal. Zij wijzen op de mestproblemen en de import van veevoer. Zie Het mestprobleem en zure regen en Het gat van Rotterdam. Biologische landbouw zoekt een eigen weg. Anderen zien de oplossing in precisielandbouw, robots, nieuwe rassen en kennis uit Wageningen en de voorlichting. Weer anderen zeggen: Nederlandse boeren produceren al efficiënter dan bijna wie ook, dus krimp hier betekent meer uitstoot elders.

Wie neemt het stokje over?

Het aantal boerenbedrijven daalt al decennia, sinds De trekker en de boerenexodus. Veel boeren zijn ouder dan vijftig en hebben geen opvolger, of twijfelen of hun kinderen het bedrijf nog wel willen of kunnen overnemen. Grond is duur en regels veranderen vaak. Tegelijk staan er jonge boeren klaar met nieuwe ideeën. Of zij een kans krijgen, hangt af van keuzes die nu gemaakt worden.

En onder alles ligt de oudste vraag van deze canon: hoe zorgen we dat er genoeg te eten is? De De Hongerwinter ligt ver achter ons, maar oorlog, klimaat en dierziektes laten zien dat voedselzekerheid geen vanzelfsprekendheid is.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De jonge boer

Jonge boeren willen een bedrijf dat ze kunnen betalen en dat over twintig jaar nog toekomst heeft. Ze vragen vooral om duidelijkheid en een eerlijke prijs. Over de richting verschillen ze net zo sterk van mening als de rest van het land.

De natuur

Ecologen wijzen erop dat de biodiversiteit in het agrarisch gebied sterk is achteruitgegaan, van weidevogels tot insecten. Voor hen is herstel geen keuze maar een voorwaarde. Ze zien ook kansen: boeren kunnen belangrijke natuurbeheerders zijn.

De overheid

Overheden moeten Europese afspraken over natuur, water en klimaat nakomen en tegelijk zorgen voor voedsel, wonen en een leefbaar platteland. Daarbij gaat het om geld, om regels en om vertrouwen, dat de afgelopen jaren beschadigd is.

De consument

Consumenten zeggen vaak dat ze duurzaam voedsel willen, maar kiezen in de winkel meestal op prijs. Sommigen kopen direct bij de boer of eten minder vlees. Supermarkten en zuivelbedrijven spelen een grote rol in wat er op het schap ligt, en dus in wat de boer verdient.

Om over te praten

Stel je voor dat je over dertig jaar door het Nederlandse platteland fietst. Wat zie je dan, wie werkt er, wat wordt er gemaakt en voor wie? En wat moet er vandaag gebeuren om daar te komen?

Bronnen