Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 131713 – 1769Gouden Eeuwconcept

De runderpest

Sterfte in de stal

In de achttiende eeuw trok de runderpest in golven door Europa. In de Republiek stierven honderdduizenden runderen. Boeren stonden machteloos, en overheden en geleerden zochten naarstig naar maatregelen. Zo werd de runderpest het begin van de diergeneeskunde en van overheidsbemoeienis met dierziekten.

Een ziekte uit het oosten

Runderpest is een zeer besmettelijke virusziekte bij runderen. Ze kwam waarschijnlijk uit Oost-Europa en Azië en verspreidde zich via de veehandel en legers. Zieke dieren kregen koorts, diarree en zweren, en de meeste stierven binnen enkele weken.

Vanaf 1713 trof de ziekte de Republiek. Er volgden meerdere golven: rond 1713 tot 1720, vanaf 1744, en opnieuw vanaf 1769. Vooral in Holland, Friesland en Groningen, waar de zuivel zo belangrijk was, was de schade enorm.

Machteloze boeren

Voor een veehouder betekende de runderpest vaak het verlies van een groot deel van de veestapel. Daarmee verdween ook het inkomen uit melk, boter en kaas. Sommige boeren raakten hun bedrijf kwijt.

Over de oorzaak bestond geen duidelijkheid. Veel mensen zagen de ziekte als een straf van God. Er werden biddagen gehouden. Anderen wezen op slechte lucht, slecht voer of het weer.

Een Groningse boer, Geert Reinders, deed proeven met inenting van kalveren en schreef er in 1776 over. Hij werkte daarbij samen met hoogleraren.Kennis uit de stal

Wat de overheid deed

De gewesten van de Republiek grepen in, maar elk op eigen wijze. Ze vaardigden plakkaten uit: regels die de handel in vee beperkten, zieke dieren moesten melden of kadavers moesten begraven. Soms mochten runderen niet over de grens van een gewest. De naleving was lastig, en de regels verschilden per gewest.

In de Oostenrijkse Nederlanden koos het bestuur bij een latere golf voor het afmaken van besmet vee, met vergoeding. De Republiek deed dat niet op die schaal. Historici zien dat als een van de redenen dat de sterfte hier zwaarder was.

Proeven met inenting

Geleerden zochten naar oplossingen. De Groningse hoogleraar Petrus Camper hield in 1769 lessen over de veesterfte en zette met anderen proeven op met inenting. Daarbij werden gezonde dieren met een kleine hoeveelheid besmet materiaal in aanraking gebracht, in de hoop dat ze een milde vorm kregen en daarna beschermd waren.

De Groningse boer Geert Reinders ging daarmee verder. Hij ontdekte dat kalveren van koeien die de ziekte hadden overleefd, beter bestand waren. In de jaren 1770 publiceerde hij over zijn proeven. Zijn werk geldt als een vroeg voorbeeld van onderzoek naar afweer bij dieren.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Voor de boer was de runderpest een ramp die hij niet kon tegenhouden. Hij verloor zijn vee en zijn inkomen. Regels van de overheid voelden soms als extra last, maar boden ook kans op bescherming.

Het dier

Voor de koe was de ziekte een pijnlijke dood. Veel dieren stierven in de stal, en kadavers moesten worden opgeruimd. Het dier werd vooral gezien als bezit en bron van inkomen.

De overheid

De gewesten probeerden met plakkaten de verspreiding te stoppen. Ze moesten balanceren tussen het beschermen van de veestapel en het belang van de veehandel. Een gezamenlijke aanpak voor de hele Republiek kwam moeilijk tot stand.

De wetenschapper

Voor geleerden als Camper was de runderpest een uitdaging om te begrijpen hoe ziekte werkt. Samen met boeren als Reinders zochten ze naar bescherming door inenting. Hun werk hielp de diergeneeskunde op weg.

Om over te praten

Bij de runderpest stonden boeren, overheid en wetenschap voor de vraag wat zwaarder weegt: de vrijheid van de boer of het bestrijden van een ziekte. Hoe maken we die afweging bij dierziekten nu?

Bronnen