Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 311986Moderniseringconcept

Het mestprobleem en zure regen

Te veel van het goede

In de jaren tachtig ontdekte Nederland dat er in sommige streken veel meer mest was dan bodem en gewassen aankonden. Tegelijk bleek dat ammoniak uit die mest bijdroeg aan de zure regen die bossen en heide aantastte. Met de Meststoffenwet van 1986 begon een strijd om mest die nog altijd niet voorbij is. Daarbij lopen twee dingen vaak door elkaar: een mestoverschot en een mestprobleem.

Varkens zonder land

Na de oorlog groeiden de varkens- en kippenhouderij snel. Vooral op de zandgronden in Brabant, Limburg, de Gelderse Vallei en Oost-Nederland bouwden boeren grote stallen. Ze hadden weinig land nodig, want het voer kwam van buiten, via de Rotterdamse haven. Zie Het gat van Rotterdam.

Zo kwamen er steeds meer dieren op een kleine oppervlakte. De mest werd op het land in de buurt uitgereden, vaak veel meer dan de gewassen nodig hadden. Wat de planten niet opnamen, spoelde uit naar grondwater en sloten.

Zure regen

Begin jaren tachtig was zure regen een groot onderwerp. In Duitsland sprak men van stervende bossen. Lang dacht men vooral aan zwaveldioxide uit fabrieken en energiecentrales. Nederlandse onderzoekers ontdekten rond 1982 dat ook ammoniak een belangrijke rol speelde. Ammoniak uit stallen en uitgereden mest slaat neer in de natuur en draagt bij aan verzuring en vermesting.

Dat zette de veehouderij ineens in het centrum van het milieudebat. Bossen op de Veluwe, vennen en heidevelden bleken te lijden onder de mest van hun buren.

Een mestoverschot op een bedrijf is een boekhoudkundig gegeven, geen ramp. Het wordt pas een probleem als er in de regio geen plek is voor die mest, of als er te veel op het land komt.Overschot is niet hetzelfde als probleem

Een wet voor mest

De overheid greep in. In 1984 kwam een tijdelijke wet die de uitbreiding van varkens- en kippenbedrijven beperkte. In 1986 volgde de Meststoffenwet, met regels voor hoeveel mest een boer per hectare mocht gebruiken. Er kwamen een mestboekhouding, mestbanken en regels voor het vervoer van mest naar gebieden met ruimte.

Het systeem werd steeds ingewikkelder. Normen werden stap voor stap strenger, en mest mocht niet meer bovenop het land worden gespoten, maar moest in de grond worden gebracht. In 1991 kwam de Europese Nitraatrichtlijn, die het water moet beschermen. Lang mocht Nederland onder voorwaarden meer mest op grasland gebruiken dan die richtlijn normaal toestaat. Die uitzondering wordt afgebouwd.

Overschot of probleem?

Wie over mest praat, bedoelt niet altijd hetzelfde. Juridisch heeft een bedrijf een mestoverschot als het meer mest produceert dan het volgens de normen op eigen grond mag gebruiken. Dat is op zich geen milieuprobleem: de mest kan naar een akkerbouwer in de buurt die er juist om verlegen zit.

Lastiger wordt het als een hele regio meer mest heeft dan er in die regio geplaatst mag worden. Dan moet mest ver worden vervoerd, verwerkt of geëxporteerd, en dat kost veel geld. En los van de boekhouding is er het milieuprobleem zelf: stikstof en fosfaat die uitspoelen, en ammoniak die de lucht in gaat. Die drie, het overschot op een bedrijf, het overschot in een regio en de schade aan het milieu, lopen in het debat vaak door elkaar.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Voor veel veehouders is mest geen afval maar een grondstof, die ze alleen niet op eigen grond kwijt mogen. Ze betalen veel om hun overschot af te voeren, terwijl akkerbouwers elders kunstmest kopen. Zij zien vooral een verdelingsvraagstuk.

De natuur

Verzuring en vermesting raakten bossen, heide en vennen. Planten die van arme grond houden, verdwenen. Het grondwater in zandgebieden bevat op veel plekken nog te veel nitraat. Voor de natuur telt hoeveel mest er in totaal op het land en in de lucht komt.

De overheid

De overheid moest het milieu beschermen zonder een grote exportsector te breken. Ze koos voor regels die stap voor stap strenger werden. Critici vinden dat te traag, boeren vinden het juist te veel en te wisselend.

De burger

Burgers in veegebieden kregen te maken met stank, en drinkwaterbedrijven met nitraat. Tegelijk kochten ze betaalbaar vlees en eieren. De rekening voor het milieu was lange tijd niet zichtbaar.

Om over te praten

Moet het aantal dieren passen bij het land van de boer zelf, bij de regio, of mag mest net als voer over grote afstanden worden verplaatst?

Bronnen