Tovenaars of profeten?
Hoe voeden we straks tien miljard mensen zonder de aarde uit te putten? Grofweg bestaan er twee antwoorden. De tovenaars zeggen: met slimme techniek kan het. De profeten zeggen: we moeten binnen de grenzen van de natuur blijven en minder vragen. Die tegenstelling loopt dwars door het debat over de Nederlandse landbouw.
- De korte, stevige tarwe: de Groene Revolutie van Borlaug.
- De kas met paars ledlicht: de techniek als oplossing.
- Het kruidenrijke grasland met heg en grutto: leven binnen de grenzen van de natuur.
- De weegschaal: opbrengst tegenover bodem.
- De boer op de tweesprong: in de praktijk is het vaak geen keuze tussen twee wegen.
Twee mannen, twee antwoorden
De Amerikaanse schrijver Charles Mann beschreef in The Wizard and the Prophet (2018) twee grondleggers van dit debat. De 'tovenaar' is Norman Borlaug. Hij kweekte korte, sterke tarwerassen die met kunstmest en irrigatie veel meer opbrachten. Die Groene Revolutie wordt gezien als redding van honderden miljoenen mensen in Azië en Latijns-Amerika. In 1970 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede.
De 'profeet' is William Vogt. In Road to Survival (1948) waarschuwde hij dat de aarde een draagkracht heeft. Wie die overschrijdt, put bodem, water en natuur uit. Volgens hem moest de mens zich beperken.
De tovenaars van nu
In Nederland heeft de tovenaarstraditie diepe wortels: van de voorlichting en Wageningen tot de hoogproductieve kas. Tovenaars van nu werken aan emissiearme stallen, gewassen die met nieuwe veredelingstechnieken bestand zijn tegen ziekte en droogte, verticale landbouw onder ledlicht, en eiwit uit cellen of fermentatie. Hun boodschap: problemen zijn er om opgelost te worden.
De profeten van nu
Ook de profetentraditie is hier sterk. Mansholt waarschuwde in 1972 al voor de grenzen aan de groei. Profeten van nu pleiten voor kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw, minder dieren en een landbouw die zich aanpast aan bodem en water. Hun boodschap: niet alles kan, en elke technische oplossing brengt nieuwe problemen mee.
Een valse keuze?
Mann laat zien dat de twee kampen vooral verschillen in waarden. Tovenaars vertrouwen op menselijke vindingrijkheid en groei, profeten op matigheid en natuurlijke grenzen. In de praktijk combineren veel boeren beide: een robot in de stal én kruidenrijk grasland. De vraag is welke houding leidend wordt als het erop aankomt.
- De tegenstelling klinkt door in de hele canon, van Kunstmest en de heide-ontginning en Wageningen en de voorlichting tot De Mansholtbrief en de grenzen aan de groei en Biologische landbouw.
- In het Europese debat over nieuwe veredelingstechnieken, kweekvlees en extensivering staan tovenaars en profeten vaak lijnrecht tegenover elkaar.
- Zie ook Data, AI en de digitale boer en Open venster: wat nu?.
Vier perspectieven
De tovenaar
Honger is in grote delen van de wereld verdwenen dankzij techniek. Wie nu op de rem trapt, maakt voedsel duurder en schaarser, vooral voor arme mensen. Innovatie kan opbrengst en milieu tegelijk verbeteren.
De profeet
Elke technische doorbraak had een prijs: uitgeputte bodems, verdwenen soorten, vervuild water. Wie blijft groeien, verschuift het probleem naar later of naar elders. Echte duurzaamheid begint bij minder vragen van de aarde.
De boer
Voor de boer is het vaak geen principekeuze. Hij moet rondkomen, regels volgen en zijn grond gezond houden. Hij kiest wat werkt op zijn bedrijf, en wordt soms moe van de idealen van anderen.
De burger
De burger wil betaalbaar, gezond en duurzaam eten. Kiezen voor de tovenaars kan betekenen dat je techniek moet vertrouwen die je niet begrijpt. Kiezen voor de profeten kan betekenen dat je anders moet eten en meer moet betalen.
Moet de landbouw van de toekomst het vooral slimmer doen, of vooral minder? En wie mag dat bepalen?
- C.C. Mann, The Wizard and the Prophet (2018).
- W. Vogt, Road to Survival (1948).
- D.H. Meadows e.a., The Limits to Growth (1972).
- Ministerie van LNV, Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden (2018).