Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 241954Moderniseringconcept

Ruilverkaveling

Het land opnieuw verdeeld

Na de oorlog lagen de akkers en weiden van veel boeren in tientallen kleine, verspreide stukjes. Ruilverkaveling moest daar een einde aan maken. Met de Ruilverkavelingswet van 1954 werd het land op grote schaal opnieuw verdeeld, met nieuwe wegen, sloten en grotere kavels. Zo veranderde in een paar decennia het gezicht van het Nederlandse platteland.

Lappendeken

Door erfenissen, koop en verkoop waren boerenbedrijven in de loop van eeuwen versnipperd geraakt. Een boer had soms tientallen percelen, verspreid over het dorp. Sommige stukken waren alleen over het land van de buren te bereiken. Sloten liepen grillig, wegen waren slecht en veel land was te nat.

Er bestond al sinds 1924 een ruilverkavelingswet, maar die werd weinig gebruikt. Na de oorlog wilde de overheid snel meer voedsel produceren, met minder mensen. Daar was een ander landschap voor nodig.

De wet van 1954

De Ruilverkavelingswet van 1954 maakte veel meer mogelijk. Het ging niet alleen om het ruilen van grond. Er kwamen ook nieuwe wegen, betere afwatering, egalisatie en soms nieuwe boerderijen buiten het dorp. Een klein deel van de grond kon voor andere doelen worden gebruikt, zoals natuur of recreatie.

Eigenaren in een gebied stemden over het plan. Als de meerderheid voor was, ging het door. Ook wie tegen was, moest dan meedoen. De overheid betaalde een groot deel van de kosten.

Een boer met tientallen verspreide perceeltjes kon na de ruilverkaveling zijn land vaak in een paar grote kavels rond zijn boerderij bewerken.Van lappendeken naar blokverkaveling

De Cultuurtechnische Dienst

De uitvoering lag bij de Cultuurtechnische Dienst, opgericht in 1935. Landmeters, ingenieurs en planologen tekenden het land opnieuw. Ze bepaalden waar wegen kwamen, hoe het water liep en wie welke kavel kreeg. Een ruilverkaveling duurde vaak tien jaar of langer.

Het resultaat was zichtbaar in heel Nederland. Kronkelende sloten werden recht. Houtwallen, heggen en poelen verdwenen, omdat ze machines in de weg stonden. Het waterpeil ging omlaag, zodat het land eerder in het voorjaar bewerkt kon worden.

Van landbouw naar landinrichting

Vanaf de jaren zeventig groeide de kritiek. Natuurbeschermers en burgers zagen waardevolle landschappen verdwijnen. Ook boeren waren niet altijd blij: ze kregen soms slechtere grond, of moesten hun boerderij verlaten.

De doelen werden breder. Met de Landinrichtingswet van 1985 telden natuur, landschap, recreatie en cultuurhistorie zwaarder mee. Later ging de verantwoordelijkheid grotendeels naar de provincies. Nu wordt grondruil opnieuw ingezet, maar dan vaak om ruimte te maken voor natuur, water en het verminderen van stikstof.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Voor veel boeren was ruilverkaveling een zegen: minder reistijd, betere wegen, droger land en ruimte voor machines. Maar niet iedereen kreeg wat hij hoopte. Sommigen moesten verhuizen of kregen grond die ze minder goed vonden.

Het landschap

Houtwallen, heggen, poelen en kronkelende beken verdwenen op grote schaal. Daarmee ging leefgebied voor planten en dieren verloren. Ook het oude patroon van het land, soms eeuwen oud, werd uitgewist.

De overheid

De overheid zag ruilverkaveling als de sleutel tot een moderne, efficiënte landbouw. Ze betaalde een groot deel van de kosten en leidde de uitvoering. Later moest ze meer rekening houden met natuur en de wensen van bewoners.

De dorpsbewoner

Voor wie in het dorp woonde maar geen boer was, veranderde de omgeving ingrijpend. Bekende paden en bomen verdwenen. Tegelijk kwamen er betere wegen, die ook het dorp ten goede kwamen.

Om over te praten

Ruilverkaveling maakte het land geschikt voor machines, en nam veel natuur weg. Hoe zou je het land nu opnieuw verdelen, en wie mag daarover beslissen?

Bronnen