Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 392022Een tweede landbouwcrisis?concept

Water en bodem sturend

Het land luistert terug

Eeuwenlang paste Nederland het water aan aan wat boeren, steden en industrie wilden. In november 2022 draaide het kabinet die redenering om. Voortaan moesten water en bodem bepalen wat waar kan. Droge zomers en zware regenval hadden laten zien dat het land zijn grenzen bereikt.

Een land van pompen en sloten

Sinds de De grote veenontginningen van de middeleeuwen hebben Nederlanders het land drooggelegd. Waterschappen bewaakten de dijken, molens en later gemalen hielden de polders droog. Na de oorlog werd het waterpeil vaak verder verlaagd, zodat boeren eerder het land op konden met zware machines.

Het water werd zo naar het gebruik geregeld. Dat leverde veel op, maar had ook een prijs. Veengrond die droog komt te liggen, klinkt in en vergaat. Daarbij komt CO2 vrij en zakt de bodem.

Te droog en te nat

De zomers van 2018, 2019, 2020 en 2022 waren in grote delen van het land erg droog. Boeren mochten soms niet beregenen, de grondwaterstand daalde en natuur op de hoge zandgronden leed schade. In juli 2021 kreeg Zuid-Limburg juist te maken met extreme regen en zware overstromingen.

Klimaatonderzoekers verwachten dat beide vaker gaan voorkomen: langere droge periodes en heviger buien. Ook de zeespiegel blijft stijgen.

Vroeger paste het water zich aan het land aan. Nu moet het land zich aanpassen aan het water.Een omkering na eeuwen van droogleggen

Een kabinetsbrief met gevolgen

Op 25 november 2022 stuurde het kabinet de Kamerbrief Water en Bodem Sturend. Daarin stonden zeven uitgangspunten en 33 structurerende keuzes. Een paar voorbeelden: in veenweidegebieden het waterpeil hoger zetten om bodemdaling te remmen, op de hoge zandgronden meer water vasthouden, en niet meer bouwen in uiterwaarden en diepe polders.

Provincies, waterschappen en gemeenten moesten de keuzes toepassen in hun plannen, of uitleggen waarom ze dat niet deden. Voor de landbouw betekende dat: op sommige plekken past niet meer elk gewas of elke vorm van veehouderij.

Sturend, maar hoe streng?

De brief kreeg veel steun van waterbeheerders en natuurorganisaties. Boeren in veenweidegebieden maakten zich zorgen: wat als hun land te nat wordt voor melkvee? Ook rond woningbouw ontstond discussie.

In 2024 verduidelijkte een volgend kabinet in een nieuwe brief wat 'sturend' precies betekent, met meer nadruk op wat haalbaar is. De uitgangspunten bleven staan, maar hoe streng ze worden toegepast, is nog volop in beweging.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Boeren voelen droogte en wateroverlast als eersten. Veel van hen zien dat het anders moet. Tegelijk vragen ze zich af of ze op hun grond nog een inkomen kunnen verdienen, en wie de omschakeling betaalt.

De natuur

Natte natuur, beekdalen en veengebieden kunnen herstellen als het water weer de ruimte krijgt. Natuurbeschermers zien de brief als een belangrijke stap, maar vrezen dat hij in de uitvoering wordt afgezwakt.

De waterbeheerder

Waterschappen hebben lang gestuurd op de wensen van gebruikers. Nu krijgen ze een sterkere stem bij ruimtelijke keuzes. Dat geeft ook verantwoordelijkheid voor moeilijke beslissingen over peilen.

De burger

Burgers krijgen te maken met hittezomers, natte kelders en vragen over waar nieuwe woningen mogen komen. Hoe Nederland met water omgaat, raakt iedereen, ook wie ver van een boerderij woont.

Om over te praten

Als water en bodem gaan bepalen wat waar kan, welke plekken in Nederland zullen er over dertig jaar anders uitzien? En wie betaalt die verandering?

Bronnen