Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 402010 – nuEen tweede landbouwcrisis?concept

Duur land, smalle marges

Rekenen aan de keukentafel

In ruim tien jaar is landbouwgrond in Nederland bijna twee keer zo duur geworden. Woningbouw, het Natuurnetwerk, energie en beleggers dingen mee om dezelfde hectares. Tegelijk stegen de kosten van energie, kunstmest, arbeid en nieuwe regels, terwijl de boer weinig invloed heeft op de prijs van zijn product. Wie wil groeien of een bedrijf wil overnemen, moet veel geld lenen. Steeds vaker ligt het verdienmodel van de boer op de keukentafel.

Grond: schaars en duur

Een hectare landbouwgrond kostte in 2013 gemiddeld zo'n 50.000 euro. In 2024 was dat ruim 85.000 euro, en bouwland bijna 100.000 euro. Daarmee hoort Nederlandse grond bij de duurste van Europa, en betalen boeren de hoogste pacht.

Dat komt doordat veel partijen dezelfde grond willen. Er moeten woningen, wegen en bedrijventerreinen komen. Het Natuurnetwerk Nederland wordt uitgebreid, en zonneparken en windmolens vragen ruimte. Ook beleggers zien grond als een veilige plek voor hun geld. Voor een boer is een hectare met wat het gewas oplevert vaak niet terug te verdienen.

Ook de vrijwillige uitkoopregelingen voor veehouders, zoals de Lbv en Lbv-plus, werken door op de grondmarkt, maar niet in één richting. Volgens een onderzoeker van Wageningen Economic Research brengen stoppende bedrijven op termijn extra grond op de markt, wat de prijs drukt. De makelaars van de NVM zagen in 2025 nog geen daling. Volgens hen stoppen stoppers en verplaatsers een deel van hun vergoeding weer in grond, als belegging of om elders verder te boeren. Ook overheden kopen grond, voor het Natuurnetwerk of om stikstof te verminderen.

Ongeveer 54 procent van Nederland is landbouwgrond. Wie grond niet kan kopen, kan pachten. Lange tijd beschermde de Pachtwet van 1958 de pachter sterk, met lange contracten en prijzen die de Grondkamer toetste. Sinds 2007 staat pacht in het Burgerlijk Wetboek, met naast de beschermde pacht ook kortere en vrijere vormen. Daarmee kan de eigenaar flexibeler omgaan met zijn grond, maar heeft de pachter minder zekerheid.

Hogere kosten

In 2022 schoten de prijzen van gas en stroom omhoog na de Russische inval in Oekraïne. Kunstmest, gemaakt met aardgas, werd veel duurder, net als veevoer. Volgens het CBS werd alles wat boeren inkochten dat jaar bijna een kwart duurder. Daarnaast vragen nieuwe regels voor mest, emissies en dierenwelzijn om investeringen in stallen en machines. Ook arbeid werd duurder.

Voor veehouders komt de mest daarbij. Fosfaatrechten en mestnormen bepalen hoeveel dieren een bedrijf mag houden en hoeveel mest het op eigen grond kwijt kan. Wie wil groeien, moet rechten én grond kopen. Een kilo fosfaatrecht kostte in de eerste jaren na 2018 rond de 200 euro. Sinds de derogatie op 1 januari 2026 verviel, moeten melkveehouders meer mest afvoeren. Dat kost geld en maakt grond nog gewilder. Hoeveel mest een hectare werkelijk verdraagt, hangt af van bodem, gewas en bemesting (zie Het mestprobleem en zure regen), maar de normen zijn grotendeels per hectare en per gewas vastgesteld. Dus telt elke extra hectare.

Een zwakke plek in de keten

Een boer verkoopt aan een handelaar, een zuivelfabriek of een slachterij, die weer leveren aan supermarkten. Van wat de consument betaalt, gaat vaak maar een klein deel naar de boer. Veel prijzen worden op de wereldmarkt bepaald. Dat is niet nieuw: de Nederlandse landbouw handelt al eeuwen over de grenzen, van graan uit de Oostzee tot boter en kaas naar Engeland. Zie De Oostzeehandel. In 2019 was de landbouwexport, inclusief wederuitvoer, 94,5 miljard euro waard. Een coöperatie geeft boeren meer gewicht, maar de onderhandelingsmacht ligt grotendeels verderop in de keten. Een Europese richtlijn uit 2019 verbiedt sindsdien een aantal oneerlijke handelspraktijken tegenover leveranciers, zoals heel late betaling van bederfelijke producten.

In 2023 betaalde een Nederlandse boer gemiddeld ruim 900 euro pacht per hectare per jaar, het hoogste bedrag in de Europese Unie.Eurostat, pachtprijzen 2023

Groter, met meer schuld

Het antwoord was vaak: groeien. Meer dieren, meer hectares, meer machines. Dat proces liep al lang. In 1950 had Nederland zo'n 410.000 landbouwbedrijven. Het aantal daalde van bijna 100.000 in 2000 naar ongeveer 50.000 nu. Een gemiddeld rundveebedrijf had in 2000 89 runderen, in 2021 162. Van de akkerbouwbedrijven was in 2018 een derde groter dan 100 hectare. De bedrijven die bleven, zijn groter en vaak zwaar gefinancierd. Veel bedrijven, vooral in de tuinbouw, draaien mede op arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa.

Wie neemt het over?

Een bedrijf overnemen kost een jonge boer al snel miljoenen. Hij moet grond, stallen en rechten afbetalen aan zijn ouders of aan de bank. Vaak lukt dat alleen als de ouders een deel van de waarde laten zitten. In 2020 had meer dan de helft van de boeren van 55 jaar en ouder geen opvolger. Zo komt de vraag terug die ook bij de eerste landbouwcrisis speelde: hoe verdien je je brood in een open, wereldwijde markt?

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Veel boeren hebben het gevoel dat ze harder werken voor minder. De kosten stijgen, de regels veranderen, en de prijs bepalen ze niet zelf. Wie een groot bedrijf heeft, heeft vaak ook een grote schuld, en weinig ruimte om iets anders te proberen. Een investering in een stal moet vaak twintig jaar of langer meegaan, terwijl de regels in die tijd meerdere keren veranderen. Tegelijk zijn er boeren die het goed doen, bijvoorbeeld met een eigen merk, verkoop aan huis of een sterke positie in een nichemarkt.

De opvolger

Een jonge boer die het bedrijf van zijn ouders wil overnemen, staat voor een zware rekensom. De grond en de stal zijn veel waard op papier, maar leveren niet genoeg op om de lening te betalen. Toch willen velen het bedrijf voortzetten, uit liefde voor het vak. Voor broers en zussen die het bedrijf niet overnemen, speelt de vraag wat een eerlijke verdeling van de erfenis is.

De keten

Verwerkers en supermarkten wijzen erop dat ze zelf ook met dunne marges werken, en dat veel prijzen op de wereldmarkt ontstaan. Tegelijk zeggen ze duurzaamheid en eerlijke prijzen belangrijk te vinden, en komen er afspraken over toeslagen voor boeren. Zuivelcoöperaties en supermarkten betalen bijvoorbeeld een extra vergoeding voor weidegang of voor melk met een duurzaamheidskeurmerk.

De samenleving

Nederland wil woningen, ruimte voor planten en dieren, schone energie en betaalbaar voedsel, op hetzelfde kleine oppervlak. Hoe die ruimte verdeeld wordt, en wat goed voedsel mag kosten, is een vraag voor iedereen. Consumenten zeggen in enquêtes vaak meer te willen betalen voor duurzaam voedsel, maar in de winkel kiezen velen toch voor de goedkoopste variant. Ook de overheid en banken bepalen mee welke kant de landbouw op kan.

Trivia
Om over te praten

Moet landbouwgrond een gewone handelswaar zijn, of moet de overheid haar beschermen voor boeren?

Bronnen