Boeren aan de Romeinse limes
Rond het midden van de eerste eeuw werd de Rijn de noordgrens van het Romeinse Rijk. Langs die grens, de limes, lagen forten vol soldaten die elke dag moesten eten. Voor de boeren in het rivierengebied werd het leger een grote klant, maar ook een gezag dat belasting en rekruten eiste. Zo kwam de Nederlandse landbouw voor het eerst in aanraking met een staat en een markt van buiten.
- De poort van een houten fort langs de Rijn: de grens van het rijk.
- Een boer drijft runderen naar binnen voor het leger.
- Een soldaat telt en noteert: de staat houdt boek.
- Huiden en graan op de kade: wat het leger nodig had.
- Een boot met amforen: wijn en olie uit het zuiden.
Een grens langs de Rijn
Rond 47 n.Chr. besloot keizer Claudius dat het rijk niet verder naar het noorden zou uitbreiden. De Rijn werd de grens. Langs de rivier verrees een reeks forten, wachttorens en een weg, van Katwijk tot ver in Duitsland. Bekende forten lagen onder meer bij Valkenburg, Woerden, Utrecht en Vechten. Bij Nijmegen lag in de eerste eeuw een groot legerkamp.
Ten zuiden van de grens woonden de Bataven en de Cananefaten, ten noorden ervan de Friezen. Zij bleven boeren, maar hun wereld veranderde.
Vlees, huiden en paarden
Een soldaat at graan, vlees en zuivel, en een fort had veel leer nodig voor tenten, schoenen en schilden. Het leger kocht en vorderde dat bij de boeren in de omgeving. Uit onderzoek naar botten en boerderijen blijkt dat boeren in het rivierengebied meer runderen en paarden gingen houden. Hun boerderijen werden groter, en sommigen werden welvarend.
In Zuid-Limburg ontstonden op de vruchtbare löss grote villa's: landbouwbedrijven naar Romeins model, met stenen gebouwen. Zij teelden graan voor de markt en het leger.
Wat de Romeinen meebrachten
Met de Romeinen kwamen nieuwe producten en gewoonten. Ze brachten wijn, olijfolie en vissaus mee, en geldmunten. Ook geteelde fruitbomen, zoals appel- en perenrassen, en nieuwe tuinkruiden raakten in deze tijd bekend. Romeinse wegen en rivierhavens maakten handel over grotere afstand mogelijk.
Belasting en verzet
Het Romeinse gezag had ook een prijs. De Bataven betaalden geen gewone belasting, maar leverden soldaten. Duizenden jonge mannen dienden als ruiter of soldaat in het leger.
De Friezen moesten belasting betalen in ossenhuiden. Volgens de Romeinse geschiedschrijver Tacitus eiste een Romeinse ambtenaar in 28 n.Chr. ineens huiden zo groot als die van oerossen. De Friezen raakten hun vee en zelfs hun land kwijt, en kwamen in opstand. In 69 n.Chr. volgde de grote Bataafse opstand. Beide keren speelden zware eisen van het rijk een rol.
- Voor het eerst produceerden boeren in ons land op grote schaal voor een afnemer van buiten. Die vraag van buiten bleef de landbouw vormen. Zie De Oostzeehandel en Het gat van Rotterdam.
- De spanning tussen een machtige overheid en de boer die moet leveren, keert steeds terug. Zie Hofstelsel en kloosters en Mansholt en het Europese landbouwbeleid.
- De Neder-Germaanse Limes staat sinds 2021 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Sporen ervan liggen vaak onder boerenland.
- Veel van onze fruitsoorten en tuinkruiden zijn in de Romeinse tijd in deze streken bekend geraakt.
Vier perspectieven
De Bataafse boer
Voor boeren in het rivierengebied bood het leger een vaste afzet. Wie vee en paarden kon leveren, verdiende goed. Maar hun zonen vertrokken als soldaat, soms voor vele jaren.
De Friese boer
Ten noorden van de grens voelde het rijk vooral als een eisende macht. De belasting in huiden kon een boerenfamilie haar vee kosten. Verzet was voor hen een vorm van zelfbehoud.
Het rijk
Voor Rome was de grens een militaire en economische zaak. Het leger moest gevoed worden, en de omgeving moest daarvoor betalen. Rust aan de grens was belangrijker dan het lot van de individuele boer.
Het landschap
Om forten, schepen en brandstof te maken, werd veel hout gekapt. Ook nam de veestapel in het rivierengebied toe. De grote vraag van het leger liet zo sporen na in het landschap.
Het Romeinse leger was voor boeren een grote, vaste klant, maar ook een machtige partij die de voorwaarden bepaalde. Hoe afhankelijk is de boer nu van één grote afnemer?
- N. Roymans, Ethnic Identity and Imperial Power. The Batavians in the Early Roman Empire (2004).
- Tacitus, Annalen, boek IV (de Friese opstand van 28 n.Chr.).
- Tacitus, Historiën, boeken IV en V (de Bataafse opstand).
- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, informatie over de Neder-Germaanse Limes als UNESCO-werelderfgoed.