Het gat van Rotterdam
Vanaf de jaren zestig kwamen er via de haven van Rotterdam grote hoeveelheden soja en andere grondstoffen voor veevoer naar Nederland. Ze waren goedkoop, omdat er nauwelijks invoerrechten op zaten. Daarmee kon een boer veel meer dieren houden dan zijn eigen land kon voeden. Zo groeide in korte tijd een intensieve veehouderij, vooral op de zandgronden van het zuiden en oosten.
- Het scheepsruim vol sojabonen: goedkoop krachtvoer uit het buitenland.
- De slurf die de bonen opzuigt: de haven als poort naar Europa.
- De silo's van de mengvoerfabriek: voer uit de fabriek in plaats van het eigen land.
- De vrachtwagen: voer naar de boer, ver van de akker.
- De lange varkensstal: intensieve veehouderij op de zandgronden.
Graan duur, soja goedkoop
Het Europese landbouwbeleid hield de prijs van graan hoog. Dat was goed voor akkerbouwers, maar duur voor wie vee voerde. Tegelijk spraken Europa en de Verenigde Staten af dat er op soja en sommige andere voedergrondstoffen weinig of geen invoerrechten kwamen.
Het gevolg: krachtvoer op basis van soja, en later ook tapioca uit Azië, was goedkoper dan voer van Europees graan. Rotterdam, met zijn grote haven en fabrieken, lag ideaal om die stroom op te vangen. Dit wordt wel het gat van Rotterdam genoemd: een gat in de muur rond de Europese landbouwmarkt.
De mengvoerfabriek
Rond de havens en in de landbouwgebieden groeide een grote mengvoerindustrie. Fabrieken mengden soja, granen en andere grondstoffen tot brokken. Veel van die fabrieken waren coöperaties van boeren zelf.
Een boer hoefde zijn veevoer nu niet meer zelf te verbouwen. Hij kocht het, in vrachtwagens vol. Daarmee werd het aantal dieren op een bedrijf los van het eigen land.
De Peel en de zandgronden
Op de arme zandgronden in Brabant, Limburg en de Gelderse Vallei waren de bedrijven klein. Akkerbouw leverde daar weinig op. Varkens en kippen met gekocht voer boden een uitweg. Een boer kon in een paar stallen een goed inkomen verdienen, zonder veel extra grond.
In gebieden als de Peel groeide het aantal varkens en kippen enorm. Stallen werden groter en de dieren stonden binnen. Nederland werd een van de grootste exporteurs van varkensvlees en eieren ter wereld.
Mest en ver weg
Maar de mest van al die dieren bleef hier. Op de zandgronden kwam veel meer mest terecht dan de bodem kon opnemen. In die streken was er al snel meer mest dan het land kon hebben. Dat leidde later tot regionale mestoverschotten, vervuild grondwater en problemen met ammoniak en stikstof.
Ook ver weg waren er gevolgen. De vraag naar soja groeide wereldwijd. In Zuid-Amerika werden grote stukken bos en savanne omgezet in sojavelden. Nederland is nog altijd een van de grootste invoerders van soja in Europa, al wordt een deel weer doorgevoerd.
- De intensieve veehouderij op de zandgronden is nog altijd groot, en staat centraal in de discussie over mest en stikstof.
- De ophoping van mest leidde in de jaren tachtig tot het eerste mestbeleid. Zie Het mestprobleem en zure regen.
- De stikstofproblemen komen terug in de De PAS-uitspraak van 2019.
- Grote aantallen dieren dicht op elkaar vergroten de kans op dierziekten. Zie De varkenspest.
- Ontbossing voor soja in Zuid-Amerika is een groot internationaal debat. Ketenpartijen werken aan afspraken over 'verantwoorde' soja.
Vier perspectieven
De boer
Voor kleine boeren op de zandgronden was de varkens- of kippenstal een kans om te blijven bestaan. Ze werden ondernemers met een goed inkomen. Later kregen ze te maken met strengere regels voor mest en uitstoot.
De natuur
Te veel mest op het land leidde tot verzuring en vermesting van bodem, water en natuur. Ook in Zuid-Amerika verdween natuur voor de teelt van soja. De gevolgen hier en daar zijn nauw met elkaar verbonden.
De industrie
Havenbedrijven, handelaren en mengvoerfabrikanten bouwden een sterke internationale sector op. Rotterdam werd een van de belangrijkste poorten voor veevoer in Europa. Ze wijzen er ook op dat ze werken aan duurzamere ketens.
De consument
Vlees en eieren werden goedkoop en altijd beschikbaar. Vlees eten werd voor veel gezinnen dagelijks normaal. Pas later groeide de aandacht voor wat daar aan de andere kant van de wereld voor nodig was.
Goedkoop voer van ver maakte de veehouderij groot en welvarend. Moet een boer zijn dieren weer voeren van eigen of nabije grond?
- J. Bieleman, Boeren in Nederland. Geschiedenis van de landbouw 1500–2000 (2008).
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture 1500–2000 (2010).
- Wageningen Economic Research, publicaties over de handel in veevoergrondstoffen.
- Centraal Bureau voor de Statistiek, gegevens over veestapel en invoer van soja.