Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 26jaren 1960Moderniseringconcept

Het gat van Rotterdam

Krachtvoer van over zee

Vanaf de jaren zestig kwamen er via de haven van Rotterdam grote hoeveelheden soja en andere grondstoffen voor veevoer naar Nederland. Ze waren goedkoop, omdat er nauwelijks invoerrechten op zaten. Daarmee kon een boer veel meer dieren houden dan zijn eigen land kon voeden. Zo groeide in korte tijd een intensieve veehouderij, vooral op de zandgronden van het zuiden en oosten.

Graan duur, soja goedkoop

Het Europese landbouwbeleid hield de prijs van graan hoog. Dat was goed voor akkerbouwers, maar duur voor wie vee voerde. Tegelijk spraken Europa en de Verenigde Staten af dat er op soja en sommige andere voedergrondstoffen weinig of geen invoerrechten kwamen.

Het gevolg: krachtvoer op basis van soja, en later ook tapioca uit Azië, was goedkoper dan voer van Europees graan. Rotterdam, met zijn grote haven en fabrieken, lag ideaal om die stroom op te vangen. Dit wordt wel het gat van Rotterdam genoemd: een gat in de muur rond de Europese landbouwmarkt.

De mengvoerfabriek

Rond de havens en in de landbouwgebieden groeide een grote mengvoerindustrie. Fabrieken mengden soja, granen en andere grondstoffen tot brokken. Veel van die fabrieken waren coöperaties van boeren zelf.

Een boer hoefde zijn veevoer nu niet meer zelf te verbouwen. Hij kocht het, in vrachtwagens vol. Daarmee werd het aantal dieren op een bedrijf los van het eigen land.

Een varken in Brabant kon groeien op soja uit Amerika. De mest bleef in Brabant.De kringloop raakt los

De Peel en de zandgronden

Op de arme zandgronden in Brabant, Limburg en de Gelderse Vallei waren de bedrijven klein. Akkerbouw leverde daar weinig op. Varkens en kippen met gekocht voer boden een uitweg. Een boer kon in een paar stallen een goed inkomen verdienen, zonder veel extra grond.

In gebieden als de Peel groeide het aantal varkens en kippen enorm. Stallen werden groter en de dieren stonden binnen. Nederland werd een van de grootste exporteurs van varkensvlees en eieren ter wereld.

Mest en ver weg

Maar de mest van al die dieren bleef hier. Op de zandgronden kwam veel meer mest terecht dan de bodem kon opnemen. In die streken was er al snel meer mest dan het land kon hebben. Dat leidde later tot regionale mestoverschotten, vervuild grondwater en problemen met ammoniak en stikstof.

Ook ver weg waren er gevolgen. De vraag naar soja groeide wereldwijd. In Zuid-Amerika werden grote stukken bos en savanne omgezet in sojavelden. Nederland is nog altijd een van de grootste invoerders van soja in Europa, al wordt een deel weer doorgevoerd.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Voor kleine boeren op de zandgronden was de varkens- of kippenstal een kans om te blijven bestaan. Ze werden ondernemers met een goed inkomen. Later kregen ze te maken met strengere regels voor mest en uitstoot.

De natuur

Te veel mest op het land leidde tot verzuring en vermesting van bodem, water en natuur. Ook in Zuid-Amerika verdween natuur voor de teelt van soja. De gevolgen hier en daar zijn nauw met elkaar verbonden.

De industrie

Havenbedrijven, handelaren en mengvoerfabrikanten bouwden een sterke internationale sector op. Rotterdam werd een van de belangrijkste poorten voor veevoer in Europa. Ze wijzen er ook op dat ze werken aan duurzamere ketens.

De consument

Vlees en eieren werden goedkoop en altijd beschikbaar. Vlees eten werd voor veel gezinnen dagelijks normaal. Pas later groeide de aandacht voor wat daar aan de andere kant van de wereld voor nodig was.

Om over te praten

Goedkoop voer van ver maakte de veehouderij groot en welvarend. Moet een boer zijn dieren weer voeren van eigen of nabije grond?

Bronnen