De trekker en de boerenexodus
In de jaren vijftig en zestig verdween het paard van het boerenerf en kwam de trekker. Met machines kon één boer veel meer werk doen. Maar dat betekende ook dat er minder boeren en landarbeiders nodig waren. Honderdduizenden mensen verlieten de landbouw, naar de stad, de fabriek of het buitenland.
- De grijze trekker: de mechanisatie komt het erf op.
- Het werkpaard: na eeuwen niet meer nodig.
- De boer tussen paard en trekker: een keuze voor de toekomst.
- De jonge man met de koffer: vertrek naar stad of buitenland.
- De schuurdeur: de oude boerderij moet zich aanpassen.
Van paard naar trekker
Na de oorlog werkten de meeste boeren nog met paarden. Trekkers waren schaars. Dat veranderde snel. Met geld uit de Marshallhulp en dankzij betere inkomens kwamen er steeds meer trekkers. In 1950 waren er ruim twintigduizend, in 1960 al ongeveer tachtigduizend.
Een bekend model was de kleine, grijze Ferguson, die veel boeren de 'grijze Fergie' noemden. Er kwamen ook melkmachines, maaidorsers en kunstmeststrooiers. Werk dat vroeger een hele ploeg mensen vergde, kon nu door één boer worden gedaan.
Groeien of wijken
Machines kostten geld. Om ze terug te verdienen, moest een bedrijf groter worden. Wie niet kon groeien, raakte achterop. 'Groeien of wijken' werd het motto van die jaren. De overheid stimuleerde dat met voorlichting, kredieten en Ruilverkaveling.
Het aantal boerenbedrijven daalde sterk. In 1950 waren er rond de vierhonderdduizend land- en tuinbouwbedrijven. In de decennia daarna daalde dat aantal fors, en die daling gaat tot vandaag door. In 1963 kwam er een fonds dat boeren met kleine bedrijven hielp om te stoppen of om te scholen.
De grote uittocht
De eersten die vertrokken waren de landarbeiders. Hun werk werd door machines overgenomen. Ook boerenzonen die geen bedrijf konden overnemen, zochten een ander bestaan. Ze vonden werk in fabrieken, in de bouw of in kantoren in de stad.
Anderen gingen verder weg. In de jaren vijftig emigreerden tienduizenden Nederlanders, onder wie veel boerenfamilies, naar Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Daar was nog land genoeg. De overheid moedigde die emigratie actief aan.
Een ander platteland
Het platteland veranderde. Dorpen die vroeger draaiden om de landbouw, kregen nieuwe bewoners die in de stad werkten. Smeden werden garagehouders of verdwenen. De boer werd ondernemer, met machines, leningen en een boekhouding.
Tegelijk werd de boer steeds minder zichtbaar. Waar vroeger het halve dorp op het land werkte, was dat nu nog maar een klein deel. Die afstand tussen boer en burger is sindsdien alleen maar gegroeid.
- Het aantal boerenbedrijven daalt sinds de jaren vijftig vrijwel onafgebroken. Het principe van 'groeien of wijken' leeft nog steeds.
- Hogere investeringen maakten boeren afhankelijker van banken en van krediet. Zie Coöperaties en boerenleenbanken.
- Schaalvergroting was ook het doel van het Europese beleid. Zie Mansholt en het Europese landbouwbeleid.
- Met minder boeren groeide de afstand tussen boer en burger, een thema in de Boerenprotesten en de BBB.
Vier perspectieven
De boer
De trekker maakte zwaar werk lichter en gaf boeren meer mogelijkheden. Maar hij bracht ook schulden en de druk om te groeien. Wie de stap niet kon of wilde zetten, moest vaak stoppen.
De landarbeider
Voor landarbeiders was de mechanisatie het einde van hun werk op het land. Velen vonden een baan in de groeiende industrie, vaak met een beter loon en vaste uren. Het afscheid van het boerenleven was soms een opluchting, soms een verlies.
De boerenfamilie
Lang niet alle kinderen konden het bedrijf overnemen. Broers en zussen trokken weg, soms naar de andere kant van de wereld. Families raakten verspreid, en bleven elkaar vaak alleen per brief zien.
De overheid
De overheid zag mechanisatie en schaalvergroting als de weg naar een moderne landbouw en een hoger inkomen voor boeren. Ze stimuleerde groei, maar hielp ook kleine boeren om te stoppen. De industrie had juist arbeiders nodig.
Machines maakten het boerenwerk lichter, maar kostten veel banen op het land. Wat betekent het voor een samenleving als steeds minder mensen voedsel produceren?
- J. Bieleman, Boeren in Nederland. Geschiedenis van de landbouw 1500–2000 (2008).
- J.W. Schot e.a. (red.), Techniek in Nederland in de twintigste eeuw, deel 3: Landbouw, voeding (2000).
- Centraal Bureau voor de Statistiek, historische landbouwtellingen (StatLine).
- Wageningen University & Research, publicaties over de mechanisatie van de landbouw.