Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 291975Moderniseringconcept

De Relatienota

Boeren voor de grutto

In 1975 legde de regering een nota voor over de relatie tussen landbouw en natuur. Het idee was nieuw: boeren konden geld krijgen als ze hun land zo beheerden dat weidevogels, bloemen en landschap er beter van werden. Veel boeren waren woedend, natuurbeschermers vonden het te weinig. Toch werd de Relatienota de basis van het agrarisch natuurbeheer van vandaag.

Natuur onder druk

Na de oorlog veranderde het boerenland snel. Ruilverkaveling maakte percelen groot en recht. Sloten werden gedempt, het waterpeil ging omlaag en kunstmest maakte het gras snel en dicht. Er werd eerder en vaker gemaaid. Weidevogels zoals de grutto en de kievit kregen het moeilijker, en bloemrijke graslanden verdwenen.

Natuurbeschermers vroegen zich af hoe het Nederlandse cultuurlandschap bewaard kon worden. Dat landschap was door boeren gemaakt, en kon alleen bestaan als er ook geboerd werd.

Een nota van twee ministeries

In 1975 verscheen de Nota betreffende de relatie landbouw en natuur- en landschapsbehoud, kortweg de Relatienota. Het ministerie van Landbouw en het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, dat toen over natuur ging, schreven hem samen.

De nota onderscheidde twee soorten gebieden. In beheersgebieden bleven boeren aan het werk, maar konden ze vrijwillig een beheersovereenkomst sluiten. Ze kregen dan een vergoeding als ze bijvoorbeeld later maaiden, minder mest gebruikten of nesten spaarden. In reservaatsgebieden zou de grond op den duur worden aangekocht en door natuurorganisaties worden beheerd.

Het Nederlandse boerenland is door mensen gemaakt. De Relatienota vroeg wie ervoor betaalt als het niet alleen voedsel, maar ook natuur moet opleveren.Natuur als product van de boer

Verzet op het platteland

Op het platteland viel de nota slecht. Boeren vreesden dat ze hun grond zouden kwijtraken of dat ze niet meer mochten moderniseren. Op drukbezochte bijeenkomsten en in de boerenbladen werd fel geprotesteerd. Natuurbeschermers vonden het tempo juist te laag en de vergoedingen te mager.

Het duurde jaren voordat de nota echt werd uitgevoerd. Pas in de jaren tachtig werden er op grotere schaal gebieden aangewezen en overeenkomsten gesloten. De oppervlakte bleef lang achter bij de plannen.

Van nota naar collectief

Toch zette de Relatienota iets nieuws in gang: de boer als beheerder van natuur, betaald door de overheid. Dat idee groeide uit tot het agrarisch natuurbeheer. Later kwamen er Europese subsidies voor, en ontstonden er agrarische natuurverenigingen waarin boeren samen weidevogels beschermden.

Sinds 2016 werken boeren in Nederland met collectieven die per regio het agrarisch natuurbeheer regelen. Of het werkt, is onderwerp van debat. Onderzoek liet zien dat beheersovereenkomsten de achteruitgang van weidevogels niet overal hebben kunnen stoppen. Anderen wijzen op plekken waar het wel lukt, vooral als een heel gebied meedoet.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Veel boeren voelden de nota als een bedreiging van hun bedrijf en hun eigendom. Anderen zagen een kans: een extra inkomen voor werk dat ze soms al deden. Wie meedoet, wil wel zekerheid dat de afspraken jaren blijven gelden.

De natuur

Weidevogels en bloemrijk grasland hebben nat land, laat maaien en weinig mest nodig. Ecologen vragen zich af of losse overeenkomsten genoeg zijn als het landschap eromheen intensief blijft.

De overheid

De overheid zocht een middenweg tussen landbouw en natuur, zonder boeren te dwingen. Vrijwilligheid maakte het beleid aanvaardbaar, maar ook traag en duur.

De burger

Veel Nederlanders houden van het open weidelandschap met grutto's en kieviten. Via belastinggeld en Europese subsidies betalen ze mee aan het beheer. Over de vraag of dat geld goed besteed wordt, verschillen de meningen.

Om over te praten

Boeren krijgen geld voor natuurbeheer op hun land. Is dat een goede manier om natuur te beschermen, of moet natuur een eigen plek krijgen?

Bronnen