Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 352000 – 2027Een tweede landbouwcrisis?concept

De Kaderrichtlijn Water

Schoon water als Europese deadline

In december 2000 spraken de Europese landen af dat al hun grond- en oppervlaktewater in goede toestand moest komen: chemisch schoon en met gezond waterleven. Dat is de Kaderrichtlijn Water. Na twee keer uitstel is 2027 de uiterste termijn. Nederland haalt de doelen grotendeels niet. Naast Natura 2000 en de Nitraatrichtlijn werd zo een derde Europese klem voelbaar, ook voor de landbouw.

Eén richtlijn voor al het water

De Kaderrichtlijn Water (Richtlijn 2000/60/EG) werd op 23 oktober 2000 aangenomen en trad op 22 december 2000 in werking. Ze kijkt niet per bedrijf of per stof, maar per stroomgebied: Rijn, Maas, Schelde en Eems. Water houdt zich niet aan grenzen, dus landen moeten samenwerken met hun buren stroomopwaarts en stroomafwaarts. Elk land maakt elke zes jaar een stroomgebiedbeheerplan, met doelen en maatregelen. Nederland stelde de eerste vast in 2009, daarna volgden die van 2015 en 2021. Burgers en organisaties mogen op de ontwerpplannen reageren.

Oorspronkelijk moest al het water in 2015 in orde zijn. De richtlijn stond twee keer zes jaar uitstel toe, tot 2021 en 2027.

Meten wat er leeft

Gemeten wordt per waterlichaam, zoals een beek, een kanaal of een meer. Nederland telt er zo'n 745. Volgens het principe 'one out, all out' is een water pas goed als álle maatlatten goed zijn. Eind 2024 haalde vrijwel geen enkel waterlichaam alle normen, al voldeed ongeveer 80 procent van de afzonderlijke doelen wel.

Nieuw was dat de richtlijn niet alleen naar stoffen kijkt, maar ook naar wat er in het water leeft. Er zijn maatlatten voor vissen, voor waterplanten en algen, en voor kleine waterdieren zoals slakken, kokerjuffers en libellenlarven. Daarnaast tellen de vorm van de beek, de oevers en de stroming mee. Het PBL verwachtte in 2019 dat het aandeel wateren dat per biologische maatlat voldoet, zou stijgen van 20 à 35 procent in 2009 naar 40 à 60 procent.

Veel bronnen, één systeem

Waar komt het probleem vandaan? Uit rioolwaterzuiveringen, industrie, verkeer en de landbouw. Een groot deel komt via Rijn en Maas uit het buitenland binnen. En veel water is ingericht om snel af te voeren. Beken werden rechtgetrokken, sloten verdiept en kanalen gegraven, ook om het land voor de landbouw droog en berijdbaar te maken. Zie Ruilverkaveling. In zo'n water vindt weinig leven een plek, hoe schoon het ook is.

Een water is pas in goede toestand als álle maatlatten op groen staan. Eén rode meting is genoeg om het hele water af te keuren.Het principe 'one out, all out'

Fosfaat: de lange adem

Bij de landbouw gaat het vooral om stikstof en fosfaat, en om resten van gewasbeschermingsmiddelen. Voor het water is fosfaat de taaiste opgave. Wat decennia geleden op het land kwam, zit nog in de bodem: veel zandgronden zijn verzadigd en geven fosfaat af aan sloten en beken, ook nu er minder mest op komt. Zie Het mestprobleem en zure regen. In het water voedt fosfaat, samen met stikstof, de groei van algen en kroos. Dat ontneemt licht en zuurstof aan planten, vissen en insecten.

Het PBL verwachtte in 2019 dat met de geplande maatregelen zo'n 60 à 65 procent van de regionale wateren in 2027 aan de normen voor stikstof en fosfor voldoet. Door de nalevering uit de bodem gaat dat voor fosfor na 2027 nog langzaam verder omhoog.

Niet elke kilo telt even zwaar

Wat er in het water belandt, hangt niet alleen af van de hoeveelheid mest, maar ook van bodem, gewas en manier van bemesten; zie Het mestprobleem en zure regen. Daarom wordt gezocht naar maatregelen die passen bij de plek: een beek op droog zand vraagt iets anders dan een polder op klei.

2027 als harde grens

Uitstel na 2027 kan niet meer. Waar een doel echt onhaalbaar is, mag een land het alleen onderbouwd verlagen. Intussen werd de derogatie afgebouwd, zie Einde melkquotum, begin fosfaatrechten, en kwamen er via het 7e actieprogramma van de Nitraatrichtlijn mestvrije bufferstroken langs sloten en strengere regels voor vanggewassen.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Veel boeren werken via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, een initiatief van LTO met de waterschappen, aan schoner water: bufferstroken, erfmaatregelen en betere bemesting. Ze vinden dat de landbouw te vaak als enige bron wordt aangewezen, en dat de regels weinig rekening houden met verschillen in bodem en bedrijf.

Ze wijzen er ook op dat ze werken met fosfaat dat decennia geleden in de bodem kwam, toen het advies nog op groei gericht was. Ze willen afgerekend worden op wat ze nu doen, en meten graag mee op hun eigen bedrijf.

Het waterschap

Waterschappen meten en richten in. Ze leggen beken weer kronkelend aan, maken natuurvriendelijke oevers en verbeteren de rioolzuiveringen. Ze weten dat ze de doelen niet alleen halen, en zoeken samenwerking met boeren in het eigen gebied.

Tegelijk moeten ze veel belangen dienen: droge voeten, water voor de landbouw, planten en dieren, en schoon water. Soms botsen die. Een hoger peil helpt natte graslanden, beekdalen en hun soorten, maar kan het werk op het land lastiger maken.

Het drinkwaterbedrijf

Drinkwaterbedrijven halen hun water uit de grond, de Rijn en de Maas. Op veel plekken vinden ze nitraat en resten van middelen. Elke stof die er niet in komt, hoeven ze er ook niet uit te zuiveren. Voor hen is 2027 een belofte die moet worden nagekomen.

Ruim de helft van het Nederlandse drinkwater komt uit grondwater. Daarom letten drinkwaterbedrijven extra op wat er rond hun winputten gebeurt. Ze vragen om strengere regels in de gebieden waar het water wordt opgepompt.

De ecoloog

Voor ecologen telt wat er in het water leeft: waterplanten, libellen, vissen. Ze wijzen erop dat fosfaat uit de bodem nog lang naweegt en dat herstel tijd kost. Schoon water alleen is niet genoeg; een beek heeft ook ruimte en schaduw nodig.

Ze zien ook hoopvolle voorbeelden. Waar beken weer mogen kronkelen en de oevers breder worden, komen vissen en insecten vaak snel terug.

Trivia
Om over te praten

Een sloot krijgt water van de boer, de rioolzuivering, de buurlanden en de bodem van vroeger. Hoe verdeel je de opgave eerlijk?

Bronnen