De landbouwcrisis
Stoomschepen en spoorwegen brachten graan uit Amerika en Rusland naar Europa, goedkoper dan een Nederlandse boer het kon telen. De prijzen stortten in, en het platteland kwam in nood. Waar buurlanden hun boeren afschermden met invoerrechten, koos Nederland voor open grenzen, kennis en samenwerking. Die keuze bepaalt de Nederlandse landbouw tot vandaag.
- Een stoomschip met graan uit Amerika: de oorzaak van de crisis.
- Het graanveld: de oogst brengt minder op dan hij kost.
- Landarbeiders vertrekken, naar de stad of naar Amerika.
- Een coöperatieve zuivelfabriek: de uitweg via vee en melk.
- De stad aan de horizon: goedkoop brood voor arbeiders.
Graan van over zee
Rond 1880 veranderde de wereld voor de Nederlandse akkerbouwer. In de Verenigde Staten en Rusland werden enorme vlaktes in gebruik genomen. Spoorwegen brachten het graan naar de havens, en stoomschepen brachten het sneller en goedkoper dan ooit over de oceaan.
Europa werd overspoeld met tarwe en rogge die goedkoper waren dan een boer op de Groninger of Zeeuwse klei ze kon telen. In twee decennia zakten de graanprijzen diep weg. Ook de waarde van landbouwgrond en de pachtprijzen daalden.
Nood op het platteland
Akkerbouwers zagen hun inkomen verdampen, en pachters konden hun pacht niet meer opbrengen. De klap kwam het hardst aan bij de landarbeiders: er was minder werk, en de lonen daalden. Velen trokken naar de groeiende steden. Anderen vertrokken naar Amerika, vooral in het begin van de jaren tachtig.
Bescherming of vrijhandel?
Duitsland voerde in 1879 invoerrechten op graan in, en Frankrijk volgde later met hoge tarieven. Nederland deed dat niet. De liberale regering en de handelssteden geloofden in vrijhandel. Bescherming zou het brood duurder maken en de vernieuwing remmen.
In plaats daarvan stelde de regering in 1886 een Landbouwcommissie in, die het platteland grondig onderzocht. Haar advies: investeer in kennis. Er kwamen meer landbouwonderwijs, proefstations en rijkslandbouwleraren, die boeren in hun eigen streek op weg hielpen.
Samen sterker
Boeren pasten zich aan. Goedkoop graan werd veevoer, en veel bedrijven schakelden om op vee, zuivel, tuinbouw en vroege groenten voor de export naar Engeland en Duitsland. Kunstmest maakte de grond productiever.
Ze sloegen de handen ineen. Boeren richtten coöperatieve zuivelfabrieken op, aankoopverenigingen voor kunstmest en veevoer, en vanaf 1896 boerenleenbanken. In de tweede helft van de jaren negentig trokken de prijzen weer aan. De Nederlandse landbouw kwam uit de crisis: efficiënter, beter georganiseerd en meer gericht op de wereldmarkt.
- De driehoek van onderzoek, voorlichting en onderwijs werd de motor van de Nederlandse landbouw. Zie Wageningen en de voorlichting.
- Coöperaties bleven groot: van zuivel tot de bank die later Rabobank werd. Zie Coöperaties en boerenleenbanken.
- De keuze voor export en schaal legde de basis voor Nederland als een van de grootste landbouwexporteurs ter wereld.
- De vraag of de overheid boeren moet beschermen tegen de wereldmarkt keerde terug in de jaren dertig, en opnieuw in Europa. Zie De Landbouwcrisiswet en Mansholt en het Europese landbouwbeleid.
- Sommigen spreken nu van een tweede landbouwcrisis. Toen was de bedreiging goedkoop graan van over zee. Nu gaat het om de ecologische grenzen, een samenleving die kritischer is op gewasbeschermingsmiddelen en mest, stijgende grondprijzen en kosten, en een verdienmodel dat onder druk staat in een wereldmarkt. Toen was het antwoord kennis en samenwerking. Welk antwoord past nu? Zie De PAS-uitspraak, Boerenprotesten en de BBB en Van controle naar veerkracht.
Vier perspectieven
De akkerbouwer
Wie op de klei graan teelde, zag zijn inkomen verdampen terwijl de kosten bleven. Veel akkerbouwers vonden dat de overheid hen in de steek liet door de grenzen open te houden, en vroegen om invoerrechten zoals in Duitsland.
De landarbeider
Voor wie geen eigen land had, betekende de crisis minder werk en lagere lonen. Vertrekken, naar de stad of naar Amerika, was vaak de enige uitweg. Wie bleef, leefde in armoede.
De staat
De liberale regering geloofde in vrijhandel. Bescherming zou het brood duurder maken en de vernieuwing remmen. Ze koos voor onderzoek, onderwijs en voorlichting, en liet de markt verder zijn werk doen.
De stedeling
Voor arbeiders in de stad was goedkoop graan goed nieuws: brood werd betaalbaarder. Hun belang en dat van de boer liepen hier uiteen. Die spanning komt steeds terug.
Nederland koos in de crisis voor open grenzen en kennis in plaats van bescherming. Zou die keuze nu weer de juiste zijn?
- J.L. van Zanden, De economische ontwikkeling van de Nederlandse landbouw in de negentiende eeuw, 1800–1914 (1985).
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture 1500–2000 (2010).
- Landbouwcommissie, verslag van het onderzoek naar de toestand van de landbouw in Nederland (1890).