De Hongerwinter
In de winter van 1944–1945 was er in het westen van Nederland bijna geen eten meer. Naar schatting twintigduizend mensen stierven aan honger en kou. Stedelingen trokken naar het platteland om bij boeren voedsel te halen. De Hongerwinter bepaalde voor decennia hoe Nederland over voedsel en landbouw dacht.
- Tulpenbollen en een suikerbiet: noodvoedsel in de steden.
- Distributiebonnen: eten op de bon, steeds minder.
- Het noodkacheltje: geen brandstof, alles ging in de kachel.
- De handkar in de sneeuw: hongertochten naar het platteland.
- De bijna lege tafel: een gezin dat wacht op wat er terugkomt.
Een land in tweeën
In september 1944 bevrijdden de geallieerden een deel van het zuiden van Nederland. De slag om Arnhem mislukte, en het westen bleef bezet. De Nederlandse regering in Londen riep op tot een spoorwegstaking. Als straf liet de Duitse bezetter een tijd lang geen voedsel meer over water naar het westen vervoeren.
Het westen was voor zijn eten sterk afhankelijk van de akkerbouw en veehouderij in het noorden en oosten. Nu lag die aanvoer grotendeels stil. Ook brandstof raakte op. De winter was bovendien streng.
Steeds minder op de bon
Voedsel was al sinds het begin van de oorlog op de bon. De distributie bouwde voort op het apparaat dat in de jaren dertig was opgezet. In de loop van de winter zakten de rantsoenen in de grote steden diep, tot ver onder wat een mens nodig heeft.
Mensen aten wat ze konden vinden. Suikerbieten en tulpenbollen kwamen op tafel. Gaarkeukens en kerken deelden soep uit. Bomen, deuren en vloeren verdwenen in de kachel.
Hongertochten naar de boer
Tienduizenden mensen trokken met fietsen zonder banden, handkarren en kinderwagens naar het platteland. Ze liepen soms honderden kilometers, naar boeren in de kop van Noord-Holland, in Friesland, Groningen, Overijssel en Gelderland. Ze ruilden linnengoed, sieraden en klokken voor aardappelen, graan of melk.
De herinneringen aan boeren lopen uiteen. Veel boeren hielpen, gaven onderdak en deelden wat ze hadden. Sommigen vroegen hoge prijzen of verkochten zwart. Boeren moesten ook een groot deel van hun oogst inleveren. In het verzet hielpen boeren met het verbergen van onderduikers en met illegale voedseltransporten.
Bevrijding en een belofte
Eind april 1945 begonnen geallieerde vliegtuigen voedsel te droppen boven het westen, na afspraken met de bezetter. Begin mei volgde de bevrijding. Daarna kwam er snel meer eten.
De Hongerwinter liet diepe sporen na. Voor een generatie politici en beleidsmakers werd voedselzekerheid een kerndoel van het landbouwbeleid. Onderzoek naar kinderen die tijdens de Hongerwinter in de baarmoeder zaten, laat bovendien zien dat honger de gezondheid tot op hoge leeftijd kan beïnvloeden.
- Voedselzekerheid werd na de oorlog het belangrijkste doel van het landbouwbeleid, in Nederland en in Europa. Zie Mansholt en het Europese landbouwbeleid.
- Het distributieapparaat bouwde voort op de crisisorganisaties uit de jaren dertig. Zie De Landbouwcrisiswet.
- De drang naar meer productie stond aan de basis van modernisering en schaalvergroting. Zie Ruilverkaveling en De trekker en de boerenexodus.
- Wetenschappers onderzoeken nog steeds de gezondheid van de generatie die in de Hongerwinter werd geboren.
- In debatten over voedselzekerheid en crises wordt de Hongerwinter nog vaak aangehaald.
Vier perspectieven
De stedeling
Voor gezinnen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag was elke dag een zoektocht naar eten en brandstof. Velen ruilden hun bezit weg voor wat aardappelen. Ouderen en kleine kinderen leden het meest.
De boer
Boeren hadden voedsel, maar ook verplichtingen. Ze moesten leveren aan de distributie, en kregen dagelijks hongerige mensen aan de deur. Sommigen hielpen ruimhartig, anderen sloegen munt uit de nood. Het beeld van 'de boer' in de oorlog is daardoor gemengd.
De bezetter
De Duitse bezetter blokkeerde een tijd lang de aanvoer van voedsel als straf voor de spoorwegstaking. Later werd die blokkade deels versoepeld. In de laatste weken stemde de bezetter in met voedseldroppings.
De overheid
De regering in Londen riep op tot de staking, maar kon de gevolgen niet overzien. Na de oorlog maakte de overheid van voedselzekerheid een nationaal belang. Dat stuurde het landbouwbeleid decennialang.
Na de Hongerwinter werd voedselzekerheid een kerndoel van het landbouwbeleid. Hoe belangrijk is het nu dat Nederland zelf zijn voedsel kan produceren?
- I. de Zwarte, De hongerwinter (2019).
- H.A. van der Zee, De hongerwinter. Van Dolle Dinsdag tot Bevrijding (1979).
- NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.
- Dutch Famine Birth Cohort Study, Amsterdam UMC.