Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 342001Een tweede landbouwcrisis?concept

BSE en mond-en-klauwzeer

Brandstapels en stilte

In 2001 werd de Europese veehouderij door twee ziektes tegelijk getroffen. De gekkekoeienziekte BSE zette het vertrouwen in rundvlees onder druk. Kort daarna dook mond-en-klauwzeer op, en in Nederland werden honderdduizenden dieren gedood om de ziekte te stoppen, ook veel gezonde. De beelden lieten diepe sporen na, bij boeren en bij de rest van het land.

Een ziekte uit het voer

BSE is een hersenziekte bij runderen. Ze verspreidde zich via diermeel: veevoer gemaakt van resten van geslachte dieren. In Groot-Brittannië liep het in de jaren tachtig en negentig uit de hand. Toen bleek dat mensen via besmet vlees een variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob konden krijgen, sloeg de schrik toe.

Rond de jaarwisseling van 2000 op 2001 werden ook in andere Europese landen meer gevallen gevonden. De Europese Unie verbood diermeel in veevoer en voerde verplichte tests in voor oudere runderen bij de slacht. De verkoop van rundvlees zakte tijdelijk flink in.

Mond-en-klauwzeer keert terug

In februari 2001 brak in Groot-Brittannië mond-en-klauwzeer uit, een zeer besmettelijk virus bij koeien, varkens, schapen en geiten. Voor mensen is het niet gevaarlijk, maar dieren worden ziek en produceren minder. Alleen landen zonder de ziekte kunnen vrij exporteren. Dat belang woog zwaar.

In maart 2001 werd het virus ook in Nederland gevonden, in Oene, aan de rand van de Veluwe. De overheid sloot gebieden af, verbood transporten en zette een grootschalige ruiming in gang.

Het virus maakte mensen niet ziek. Toch werden honderdduizenden dieren gedood, vooral om de verspreiding en daarmee de handel te stoppen.De prijs van een exportstatus

Vaccineren om te ruimen

Er waren maar enkele tientallen besmette bedrijven. Toch werden in totaal ongeveer een kwart miljoen dieren gedood. Rond de haarden werden gezonde dieren eerst gevaccineerd, om de verspreiding te remmen, en daarna toch geruimd. Gevaccineerde dieren waren lastig te onderscheiden van besmette, en dat kon de exportstatus kosten.

In Kootwijkerbroek verzetten boeren en dorpsgenoten zich tegen de ruiming van hun gezonde dieren. De beelden van ME, hekken en afgevoerde kadavers gingen het land door.

Wat bleef hangen

Veel boeren kregen een schadevergoeding, maar het verdriet en de woede waren daarmee niet weg. Ook buiten de landbouw vroegen mensen zich af of het doden van zoveel gezonde dieren te rechtvaardigen was.

Na 2001 kwam er meer aandacht voor vaccinatie zonder ruiming, voor diergezondheid als gedeelde verantwoordelijkheid, en voor de risico's van een veehouderij met veel dieren en veel transport.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Voor boeren was het verlies van hun dieren meer dan een financiële klap. Veel van hen hadden jaren aan hun veestapel gebouwd. Dat ook gezonde dieren werden gedood, voelde voor velen als onrecht.

Het dier

Honderdduizenden dieren werden gedood zonder dat ze ziek waren. Dierenbeschermers en ethici vroegen of het economische belang van de export dit rechtvaardigde.

De overheid

De overheid moest snel handelen tegen een virus dat zich razendsnel verspreidt. Europese regels en handelsbelangen beperkten de keuze. Achteraf werd de aanpak geëvalueerd en kwam er meer ruimte voor vaccinatie.

De burger

Burgers zagen op televisie brandstapels en lege weilanden. BSE maakte mensen onzeker over wat er in hun vlees zat. Het vertrouwen in de vleessector en in voedselveiligheid kreeg een flinke deuk.

Om over te praten

Mag je gezonde dieren doden om een ziekte en de export te beschermen? Waar ligt voor jou de grens?

Bronnen