Landbouwcanon
Wijs een nummer aan voor uitleg.
Venster 321991Een tweede landbouwcrisis?concept

Biologische landbouw

Terug naar de bodem

In 1991 kwam er een Europese verordening die vastlegde wat 'biologisch' betekent. Voor het eerst golden in heel de Europese Gemeenschap dezelfde regels voor biologische producten. Maar biologische landbouw is veel ouder. Zijn wortels liggen bij boeren en denkers die al in de jaren twintig een andere weg zochten dan kunstmest en schaalvergroting.

Een andere weg

In 1924 hield de filosoof Rudolf Steiner in Koberwitz, toen in Duitsland, een cursus voor boeren. Daaruit ontstond de biologisch-dynamische landbouw. Die ziet de boerderij als een levend geheel, met eigen mest, gezonde bodem en een kringloop van dier, plant en mens. Een van de eerste biologisch-dynamische bedrijven in Nederland was Loverendale op Walcheren, uit de jaren twintig.

Lange tijd bleef het een kleine stroming. Na de oorlog stond alles in het teken van productie. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen gaven hogere opbrengsten, en wie daar niet aan meedeed, gold al snel als ouderwets of zweverig.

Kritiek en vernieuwing

Kort na de oorlog begon in Warmond de Warmonderhof, een school voor biologisch-dynamische landbouw. Daar leerden jonge boeren werken zonder kunstmest en chemische middelen. In de jaren zestig en zeventig groeide de kritiek op de gangbare landbouw. Het boek Silent Spring van Rachel Carson uit 1962 waarschuwde voor de gevolgen van bestrijdingsmiddelen. Jonge mensen begonnen eigen tuinderijen en natuurvoedingswinkels.

In de jaren tachtig kwam er in Nederland een eigen keurmerk voor biologische producten: het EKO-keurmerk. Er kwam ook een onafhankelijke controle-instelling, Skal. Daarmee kon de koper erop vertrouwen dat 'biologisch' ook echt biologisch was.

Biologische landbouw begon niet in een laboratorium of op een ministerie, maar bij een kleine groep boeren die een andere kant op keek.Van randverschijnsel naar Europese wet

Europese regels

In 1991 legde de Europese Gemeenschap in een verordening vast aan welke eisen biologische producten moeten voldoen: geen kunstmest, geen chemische bestrijdingsmiddelen en een vaste controle. Later kwamen er ook regels voor dieren, met meer ruimte en buitenloop, en één Europees logo: een blad van sterren.

Daardoor werd biologisch een erkende markt. Supermarkten namen biologische producten op in hun schappen, en boeren konden overschakelen met duidelijke regels.

Groei met grenzen

Biologisch groeide, maar bleef in Nederland een kleine sector. Slechts enkele procenten van de landbouwgrond wordt biologisch beheerd, minder dan in landen als Oostenrijk of Denemarken. Biologische producten zijn duurder, en niet elke consument is bereid dat te betalen.

De Europese Commissie wil dat in 2030 een kwart van de landbouwgrond in de EU biologisch is. Tegelijk zoeken ook gangbare boeren naar kringlooplandbouw, minder chemie en een gezondere bodem. De grens tussen biologisch en gangbaar is minder scherp dan vroeger.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Overschakelen kost tijd en geld. In de eerste jaren mag de boer zijn producten nog niet als biologisch verkopen. Wie het doet, vindt vaak nieuwe voldoening in het vak, maar kampt soms met lagere opbrengsten en een kleine markt.

De natuur

Zonder kunstmest en chemische middelen is er vaak meer leven in bodem en akkerranden. Toch vraagt biologisch soms meer land voor dezelfde opbrengst. Onderzoekers zijn het niet eens over wat per saldo beter is voor de natuur.

De consument

Voor veel kopers staat biologisch voor gezond, eerlijk en diervriendelijk. Toch kiezen de meeste mensen in de winkel voor het goedkopere product. Het keurmerk geeft wel vertrouwen.

De overheid

De overheid regelt het keurmerk en de controle. Over de vraag of ze biologisch actief moet stimuleren, of het aan de markt moet overlaten, verschillen politieke partijen van mening.

Om over te praten

Biologisch eten is duurder dan gangbaar. Wie moet bepalen hoe groot de biologische landbouw wordt: de boer, de consument of de overheid?

Bronnen